Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 1 juni 2022
ECLI:NL:RBNHO:2022:4872
Feiten
Werknemer is sinds 14 februari 2011 in dienst bij Reva Taxi B.V. (hierna te noemen: Reva Taxi) als taxichauffeur. Op 12 juli 2019 is werknemer uitgevallen wegens ziekte in verband met schouderklachten. Vanaf 1 januari 2021 is werknemer gestart met re-integratie in zijn eigen werk. Vanaf 15 maart 2021 heeft werknemer gedurende 26 uur per week werkzaamheden verricht voor Reva Taxi. Op 26 april 2021 heeft de bedrijfsarts een actueel oordeel opgesteld waarin staat opgenomen dat werknemer het eigen werk met aanpassingen kan doen. Op 21 juli 2021 is werknemer opnieuw wegens ziekte uitgevallen door rugklachten. Bij mail van 23 juli 2021 heeft werknemer Reva Taxi laten weten dat hij aankomende maandag op het werk zal verschijnen, ondanks zijn hernia. Reva Taxi heeft de betermelding van werknemer niet geaccepteerd en een afspraak bij de bedrijfsarts ingepland. In de periode hierna volgen adviezen van de bedrijfsarts en aan werknemer wordt vanaf 21 juli 2021 tot 23 juli 2023 een WIA-uitkering toegekend. Bij brief van 30 december 2021 heeft het UWV de ontslagaanvraag van Reva Taxi afgewezen. Bij e-mail van 6 januari 2022 heeft werknemer aanspraak gemaakt op betaling van achterstallig loon over de periode 26 april 2021 tot en met 21 juli 2021 en over de periode 2021 tot het moment van de e-mail. Reva Taxi heeft afwijzend gereageerd. De bedrijfsarts heeft geoordeeld dat werknemer beperkingen heeft voor tillen en duwen. Werknemer vordert in kort geding betaling van (achterstallig) loon en werkhervatting in het eigen werk/aangepast werk. Volgens werknemer is per 21 juli 2021 een nieuwe loondoorbetalingsperiode gestart, omdat hij voor 21 juli 2021 ten minste vier weken aaneengesloten hersteld was voor de bedongen arbeid. Volgens Reva Taxi is de loondoorbetalingsverplichting per 12 juli 2021 verstreken.
Oordeel
De kantonrechter wijst de vorderingen van werknemer af, omdat onvoldoende aannemelijk is dat sprake is van een nieuwe loondoorbetalingsperiode na een nieuwe ziekmelding. De vordering tot werkhervatting in eigen werk en aangepast werk wijst de kantonrechter eveneens af, omdat gelet op de medische adviezen onvoldoende aannemelijk is dat werknemer de bedongen arbeid in volle omvang kan verrichten en de kantonrechter dit medisch ook niet verantwoord acht. Evenmin is gebleken dat er andere aangepaste werkzaamheden voor werknemer zijn. Onvoldoende is aannemelijk geworden dat werknemer slechts ‘incidenteel’ wordt blootgesteld aan het tillen van (zware) bagage voor ritten naar Schiphol. Niet kan worden gezegd dat de werkzaamheden op Schiphol bestaan uit het incidenteel tillen van (zware) koffers, terwijl vaststaat dat werknemer een beperking heeft voor het met regelmaat (zwaar) tillen. Volgens de kantonrechter is op 12 juli 2021 geen nieuwe loondoorbetalingsperiode ontstaan. Werknemer is arbeidsongeschikt gebleven voor de bedongen arbeid. De kantonrechter gaat ervan uit dat Reva Taxi als goed werkgever verder uitvoering zal geven aan haar re-integratieverplichting en opnieuw een afspraak in zal plannen voor een arbeidskundig onderzoek.