Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 30 maart 2022
ECLI:NL:RBNHO:2022:4871
Feiten
Werkneemster is sinds 1 augustus 2012 in dienst bij werkgever (hierna: Gemeente X). De functie van werkneemster is medewerkster toezicht met een salaris van € 2.765 bruto per maand exclusief emolumenten. In de periode van 3 december 2012 tot en met 1 oktober 2019 is werkneemster gedurende een periode van in totaal 41 maanden ziek geweest. Op 15 mei 2020 heeft werkneemster zich opnieuw ziek gemeld. In de daaropvolgende periode heeft de bedrijfsarts van 26 mei 2020 tot en met 28 januari 2021 (samengevat) geoordeeld dat werkneemster niet inzetbaar was voor haar werkzaamheden. Op 20 mei 2021 heeft de zoon van werkneemster per whatsapp de Gemeente X geïnformeerd dat zijn moeder in het ziekenhuis in Marokko is opgenomen vanwege een zelfmoordpoging. Op 4 en 7 juni 2021 heeft de zoon een verklaring van 1 juni 2021 van de behandelend arts van werkneemster aan de Gemeente X gestuurd. De behandeld arts heeft geschreven dat sprake is van psychische problematiek sinds 2015 en dat werkneemster op 28 april 2021 een zelfmoordpoging heeft gedaan. Verder heeft de zoon de Gemeente X eveneens het verblijfadres van werkneemster in Marokko verstrekt. Bij brief van 21 juli 2021 heeft de Gemeente X zowel aan het woonadres in Nederland als aan het verblijfadres in Marokko een brief gestuurd, waarin zij werkneemster dringend heeft verzocht om op 28 juli 2021 rond 12:40 uur Nederlandse tijd bereikbaar te zijn voor een telefonisch consult met de bedrijfsarts. De Gemeente X heeft geschreven dat bij het uitblijven van een reactie van werkneemster het loon zal worden opgeschort. Tevens heeft de Gemeente X werkneemster een machtiging gestuurd voor het opvragen van medische informatie door de bedrijfsarts bij haar behandelend arts in Marokko. Loonopschorting en loonstopzetting volgt wegens het uitblijven van contact met werkneemster. Gemeente X ontvangt nadere medische informatie van de behandelend arts van werkneemster waaruit blijkt dat werkneemster depressief is en een nieuwe zelfmoordpoging heeft ondernomen. Gemeente X heeft een deskundigenoordeel aangevraagd. Het oordeel is gegeven over de periode van 15 mei 2020 tot 25 augustus 2021. Uit het deskundigenoordeel van het UWV van 24 september 2021 volgt dat de re-integratie-inspanningen van werkneemster onvoldoende worden geacht. Gemeente X verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst vanwege ernstig verwijtbaar handelen.
Oordeel
Op de voortgezette mondelinge behandeling heeft – nadat werkneemster per aangetekende brief op het verblijfadres in Marokko is opgeroepen – een inhoudelijke behandeling van de zaak plaatsgevonden. Werkgever verwijt werkneemster primair dat zij zonder deugdelijke grond haar re-integratieverplichtingen in ernstige mate en gedurende lange tijd niet heeft nageleefd. De kantonrechter is van oordeel dat het deskundigenoordeel een onvoldoende grondslag biedt om daaruit de conclusie te rechtvaardigen dat werkneemster onvoldoende heeft meegewerkt aan haar re-integratieverplichtingen. Dat komt omdat het deskundigenoordeel geen rekening houdt met de verklaring van de arts van werkneemster, waarin staat dat zij depressief is en een nieuwe zelfmoordpoging heeft ondernomen. Ook de overige gedingstukken rechtvaardigen niet de conclusie dat werkneemster kan worden verweten dat zij haar re-integratieverplichtingen heeft geschonden. De kantonrechter wijst het verzoek tot ontbinding op de e-grond af. De ontbinding wordt op de overige aangevoerde gronden eveneens afgewezen.