Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 29 september 2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:16299
Feiten
Werknemer is sinds 1 januari 1998 in dienst bij Vandersterre Holland B.V. (hierna: Vandersterre), laatstelijk in de functie van chauffeur. Op de arbeidsovereenkomst is de cao voor het Particulier Kaaspakhuisbedrijf (hierna: de cao) van toepassing verklaard. In artikel 7A van de cao is onder meer opgenomen dat de werknemer werkt volgens diensten in een dienstrooster dat door de werkgever is vastgesteld. In artikel 7B is opgenomen dat als de werkgever de werknemer buiten het dagvenster inroostert, de werkgever aan de werknemer een toeslag betaalt. Het dagvenster bij Vandersterre loopt sinds 1 november 2015 van 6.00 uur tot 17.00 uur. Werknemer is zijn diensten vanaf 2015 regelmatig eerder begonnen. In 2018 heeft werknemer bij Vandersterre ter sprake gebracht dat hij van mening was dat hij aanspraak kon maken op een onregelmatigheidstoeslag. Vandersterre heeft vervolgens in januari 2019 met werknemer besproken dat hij een loonsverhoging van € 100 per maand zou ontvangen. Vanaf 22 september 2020 is de aanvangstijd van de werkdag van werknemer door Vandersterre op 6.00 uur vastgesteld. De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst tussen partijen ontbonden vanwege een verstoorde arbeidsverhouding, onder toekenning van de transitievergoeding. Werknemer heeft daarnaast in rechte aanspraak gemaakt op betaling van een onregelmatigheidstoeslag en vakantietoeslag vanaf januari 2015. Partijen zijn door de kantonrechter in de gelegenheid gesteld zich nader uit te laten over de vaststelling van de werktijden/het dienstrooster en over de hoogte van de door werknemer verzochte toeslag.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt.
Dienstrooster
De eerste vraag die beantwoord dient te worden is of de aan werknemer verstrekte routelijsten zijn aan te merken als dienstrooster in de zin van de cao. Werknemer heeft dat gesteld en Vandersterre heeft dit in haar antwoordakte niet langer betwist. Dat betekent dat Vandersterre gehouden is om werknemer een toeslag te betalen voor de buiten het dagvenster ingeroosterde uren. Naar het oordeel van de kantonrechter is daarbij niet relevant of dit inroosteren heeft plaatsgevonden op verzoek van werknemer of op verzoek van Vandersterre. Doorslaggevend is dat Vandersterre werknemer (buiten het dagvenster) heeft ingeroosterd.
Aantal uren
De volgende vraag die partijen verdeeld houdt, is hoeveel uren werknemer buiten het dagvenster heeft gewerkt. Niet ter discussie staat dat de cao uitgaat van een dagvenster van 7.00 tot 18.00 uur. Wel staat ter discussie of het dagvenster bij Vandersterre (conform cao) is verschoven. Vandersterre stelt dat dit vanaf 1 november 2015 is gebeurd en dat het dagvenster vanaf die datum van 6.00 tot 17.00 uur was. De kantonrechter overweegt als volgt. De cao is op 16 oktober 2015 algemeen verbindend verklaard. In de cao staat dat van het cao-dagvenster kan worden afgeweken en onder welke voorwaarden. Het is aan Vandersterre om te bewijzen dat zij met ingang van november 2015 het dagvenster voor de afdeling waarbinnen werknemer werkzaam was met inachtneming van het bepaalde in de cao rechtsgeldig heeft gewijzigd, nu werknemer dat heeft betwist. De kantonrechter ziet aanleiding Vandersterre in de gelegenheid te stellen bewijs te leveren van haar stelling, met name door het overleggen van relevante bescheiden. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.