Naar boven ↑

Rechtspraak

Vandersterre Holland B.V./werknemer
Rechtbank Den Haag (Locatie Gouda), 11 januari 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:4748
Werkgever is er niet in geslaagd te bewijzen dat er een verschuiving van het dagvenster conform de cao heeft plaatsgevonden. Bij berekening loon werknemer dient te worden uitgegaan van een dagvenster van 7.00 tot 18.00 uur. Loonvordering werknemer (ruim € 25.000 bruto) toewijsbaar.

Feiten

Werknemer is sinds 1 januari 1998 in dienst bij Vandersterre Holland B.V. (hierna: Vandersterre), laatstelijk in de functie van chauffeur. Op de arbeidsovereenkomst is de cao voor het Particulier Kaaspakhuisbedrijf (hierna: de cao) van toepassing verklaard. In artikel 7A van de cao is onder meer opgenomen dat de werknemer werkt volgens diensten in een dienstrooster dat door de werkgever is vastgesteld. In artikel 7B is opgenomen dat als de werkgever de werknemer buiten het dagvenster inroostert, de werkgever aan de werknemer een toeslag betaalt. Het dagvenster bij Vandersterre loopt sinds 1 november 2015 van 6.00 uur tot 17.00 uur. Werknemer is zijn diensten vanaf 2015 regelmatig eerder begonnen. De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst tussen partijen ontbonden vanwege een verstoorde arbeidsverhouding, onder toekenning van de transitievergoeding. Werknemer heeft daarnaast in rechte aanspraak gemaakt op betaling van een onregelmatigheidstoeslag en vakantietoeslag vanaf januari 2015. Niet ter discussie staat dat de cao uitgaat van een dagvenster van 7.00 tot 18.00 uur. Wel staat ter discussie of het dagvenster bij Vandersterre conform de cao is verschoven. Vandersterre stelt dat dit vanaf 1 november 2015 is gebeurd en dat het dagvenster vanaf die datum van 6.00 tot 17.00 uur was. Vandersterre is bij tussenbeschikking in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren van haar stelling.

Oordeel

Naar het oordeel van de kantonrechter had Vandersterre volgens de cao een van de vakorganisaties (van werknemers) in de gelegenheid moeten stellen om namens het personeel het instemmingsverzoek in behandeling te nemen. Vandersterre heeft niet gesteld dat dit is gebeurd. Daardoor is geen sprake van een verschuiving van het dagvenster conform de cao. Bovendien is gesteld en evenmin gebleken dat werknemer zelf heeft ingestemd met een wijziging van het dagvenster. De conclusie is dat Vandersterre geen bewijs heeft geleverd van haar stelling. Dit betekent dat bij de berekening van het loon van werknemer dient te worden uitgegaan van een dagvenster van 7.00 tot 18.00 uur. Vandersterre wordt veroordeeld om aan werknemer een bedrag van € 25.333,20 bruto te betalen, te vermeerderen met een wettelijke verhoging (10%) en de wettelijke rente.