Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Den Haag (Locatie Gouda), 8 februari 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:5652
Eindbeschikking. Geen tegenbewijs geleverd voor voorshands bewezen stelling dat werknemer met volledig ontbloot onderlichaam in auto werkgever heeft gezeten en zijn geslachtsdeel heeft getoond. Bewezen stelling levert dringende reden ontslag op en afwijzing vorderingen werknemer.

Feiten 

Bij tussenbeschikking is werknemer toegelaten tot het leveren van tegenbewijs van de voorshands bewezen stelling dat hij op 4 maart 2021 met volledig ontbloot onderlichaam in de bedrijfsauto van werkgever heeft gezeten, dat een mevrouw dit heeft gezien en dat hij aan deze vrouw heeft gevraagd om zijn geslachtsdeel vast te houden. Als getuigen zijn mevrouw en werknemer gehoord. Zoals ook in de tussenbeschikking is overwogen, zal een bewezen geachte stelling van werkgever een dringende reden opleveren voor het ontslag op staande voet. Werknemer verzoekt daarop onder meer een billijke vergoeding, gefixeerde schadevergoeding en transitievergoeding. 

Oordeel

Naar het oordeel van de kantonrechter is werknemer er niet in geslaagd om de voorshands bewezen stelling in voldoende mate te ontzenuwen. Werknemer heeft bevestigd dat hij in de middag na zijn werk, zijn auto heeft geparkeerd in straat X. Mevrouw heeft dat als getuige bevestigd. Mevrouw heeft vervolgens bevestigd dat zij naar de auto is gelopen, dat de jongeman in de auto heeft gezegd ‘lieverd, wil je mijn piemel vasthouden’ en dat zij heeft gezien dat hij ‘stijver dan stijf’ was. De kantonrechter heeft geen enkele aanleiding om aan (de geloofwaardigheid van) deze verklaring te twijfelen. De omstandigheid dat werknemer als betrokkene iets anders heeft verklaard, is voor de kantonrechter onvoldoende om te twijfelen aan de verklaring van mevrouw. De kantonrechter acht evenmin van voldoende belang dat mevrouw niet heeft verklaard dat zij op het bovenbeen van de jongeman in de auto een moedervlek heeft gezien. Hetzelfde geldt voor de verklaring van mevrouw dat zij (ten tijde van het getuigenverhoor) last had van staar. Al met al hecht de kantonrechter meer waarde aan de verklaring van mevrouw over het hetgeen zich heeft voorgedaan dan aan de betwisting hiervan door werknemer. Werknemer heeft geen tegenbewijs geleverd. De bewezen geachte stelling van werkgever levert een dringende reden op voor het ontslag op staande voet. Tevens is naar het oordeel van de kantonrechter sprake van ernstig verwijtbaar handelen van werknemer. Werknemer kan in het verlengde van deze oordelen geen aanspraak maken op de door hem verzochte billijke vergoeding, gefixeerde schadevergoeding en evenmin op de transitievergoeding. Zodoende wordt zijn verzoek afgewezen.