Naar boven ↑

Rechtspraak

Welling Cars B.V./werknemer
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 25 mei 2022
ECLI:NL:RBLIM:2022:4127
Kort geding. Werknemer werkzaam als accountmanager zakelijke markt in de autobranche moet concurrentiebeding onverkort nakomen en moet een voorschot op de verbeurde boete betalen.

Feiten

Werknemer is sinds 1 september 2015 in dienst van Welling Cars B.V. (hierna: Welling) in de functie van accountmanager zakelijke markt, in de vestiging van Welling in Heerlen. Welling is een bedrijf dat diensten levert op het gebied van bedrijfsauto’s en aanverwante artikelen. Zij heeft acht vestigingen. De arbeidsovereenkomst bevat een non-concurrentiebeding, een geheimhoudingsbeding en een boetebeding. Gedurende twee jaar na het einde van de dienstbetrekking mag werknemer binnen een kring met Heerlen als middelpunt en met een straal van 20 kilometer niet in dienst van een concurrent treden. Werknemer zegt op 31 januari 2022 zijn arbeidsovereenkomst op tegen 1 maart 2022. Welling bevestigt de opzegging en wijst werknemer op de hierboven genoemde bedingen en boeteclausule. Werknemer heeft op de functie van accountmanager zakelijke markt bij een in Heerlen gevestigde autohandelaar gesolliciteerd. Welling bericht werknemer dat het hem niet is toegestaan bij deze autohandelaar in dienst te treden. Werknemer reageert daarop door te stellen dat hij in dienst van de groep Automotive treedt en dat de arbeidsovereenkomst wordt aangegaan met een tot de groep behorende vennootschap, gevestigd te Roermond, gelegen buiten de kring van 20 kilometer van Heerlen. In de arbeidsovereenkomst met de nieuwe werkgever zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot het vigerende concurrentiebeding tussen werknemer en Welling. Welling schakelt een recherchebureau in omdat zij vermoedt dat werknemer bij de concurrent in Heerlen werkzaam is. Naar aanleiding van dit onderzoek sommeert Welling werknemer zijn dienstverband per direct te beëindigen en de reeds verbeurde boetes te betalen. In kort geding vordert Welling (a) onverkorte nakoming van het concurrentiebeding, (b) onmiddellijke staking van werknemers werkzaamheden en (c) een voorschotbetaling op de reeds verbeurde contractuele boetes.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Bij de in 2015 gevoerde contractonderhandelingen is over het concurrentiebeding gesproken. De stelling van werknemer dat destijds echter zou zijn meegedeeld dat het concurrentiebeding slechts een formaliteit betrof en dat hij er bij opzegging van de arbeidsovereenkomst niet aan zou worden gehouden, is door Welling betwist en is dan ook naar het oordeel van de kantonrechter niet aannemelijk. Bij de uitleg van het concurrentiebeding dient belang te worden gehecht aan de tekst van dat beding. Welling heeft aangetoond dat werknemer in maart 2022 een viertal dagen fysiek op de vestiging in Heerlen aanwezig is geweest. Werknemer heeft verklaard dat de collega’s van alle vestigingen, waaronder dus Heerlen en Roermond, iedere ochtend in de vestiging Heerlen (fysiek of via verbinding) bijeenkomen voor een zogenoemde ‘dagstart’.  Werknemer heeft vervolgens verklaard dat hij op de werkdagen in maart 2022 vanuit Heerlen heeft gebeld met contacten die tot het rayon van de vestiging Roermond behoren en dat hij naar aanleiding van de bedenkingen van Welling niet langer heeft deelgenomen aan de dagstart en de belsessies vanuit de vestiging Heerlen. De kantonrechter oordeelt dat de fysieke aanwezigheid van werknemer in de vestiging te Heerlen en het daar deelnemen aan activiteiten met een commercieel karakter –waarvan aannemelijk is dat die (indirect) mede ten faveure van de vestiging Heerlen hebben gestrekt – gemeten naar de Haviltexmaatstaf een overtreding opleveren van het met Welling gesloten non-concurrentiebeding. Aannemelijk is daarbij dat Heerlen, welke vestiging binnen een afstand van minder dan 20 km van Welling is gelegen, een concurrent van Welling is. De vordering tot onverkorte nakoming van het concurrentiebeding wordt toegewezen.