Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Bespaarmetjedak B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 8 juni 2022
ECLI:NL:RBNHO:2022:5293
Werknemer heeft nevenwerkzaamhedenbeding overtreden door zijn onderneming opnieuw in te schrijven. Boete werknemer wordt gedeeltelijk verrekend met deels toegewezen vorderingen van werknemer.

Feiten 

Werknemer is op 15 juni 2020 bij Bespaarmetjedak B.V. (hierna: Bespaarmetjedak) in dienst getreden als buitendienstadviseur. In de arbeidsovereenkomst is onder meer een nevenwerkzaamhedenbeding opgenomen. Bovendien is het provisiereglement van Bespaarmetjadak op de arbeidsovereenkomst van toepassing. Op 1 februari 2021 heeft werknemer de onderneming X (opnieuw) ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. De arbeidsovereenkomst is niet verlengd en daarom van rechtswege geëindigd per 15 juli 2021. Werknemer vordert onder meer de (na)betaling van zijn provisie, vakantiedagen, transitievergoeding en ingehouden loon. Als tegenvordering vordert Bespaarmetjedak een verklaring voor recht dat werknemer het nevenwerkzaamhedenbeding heeft geschonden en dat hij een boetebedrag heeft verbeurd. Daarnaast vordert Bespaarmetjedak een verklaring voor recht dat zij bevoegd was de verbeurde boete te verrekenen en haar betalingsverplichtingen op te schorten. Als laatste vordert Bespaarmetjedak dat werknemer wordt veroordeeld tot betaling van het restantbedrag aan boete van € 3.380,75 netto. 

Oordeel 

Vorderingen aangaande (na)betaling aan werknemer 

Bij dagvaarding heeft werknemer alleen gesteld dat Bespaarmetjedak aan hem nog een bedrag van € 4.092,12 bruto aan provisie moet betalen. De kantonrechter stelt voorop dat werknemer niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe hij het door hem gevorderde bedrag heeft berekend. Hij heeft ter onderbouwing verwezen naar de arbeidsovereenkomst, maar daar staat dat niet in. Uiteindelijk heeft hij verklaard dat hij de berekening heeft gemaakt op basis van gegevens van Bespaarmetjedak, maar voor zover de kantonrechter heeft begrepen, gaat dat niet om gegevens die in deze procedure zijn ingebracht. Ook heeft werknemer niet laten zien hoe hij het door hem gevorderde bedrag heeft berekend. Daarom kan Bespaarmetjedak geen verweer voeren tegen (de hoogte van) de vordering en kan de kantonrechter de vordering niet beoordelen. De vordering ligt dan ook voor afwijzing gereed, behoudens het door Bespaarmetjedak erkende bedrag van € 749,32 bruto in verband met nog niet uitbetaalde reserveringen. Ter zitting is aan de orde gekomen dat partijen het er (inmiddels) over eens zijn dat werknemer tijdens zijn dienstverband 208 vakantie-uren heeft opgebouwd. Daarvan zijn er 151,75 uur uitbetaald. Volgens Bespaarmetjedak heeft werknemer de overige uren opgenomen tijdens zijn dienstverband. Werknemer betwist dat hij vakantie heeft opgenomen en heeft verwezen naar de loonstroken, waarop geen opname van vakantiedagen staat. Volgens hem was bovendien sprake van een bedrijfssluiting op 27 en 28 december 2020, zodat hij daarvoor geen vakantiedagen hoefde op te nemen. De kantonrechter volgt de stelling van werknemer niet. Ten eerste is de feitelijke situatie, en niet wat er op de loonstroken staat, leidend. Bespaarmetjedak heeft met de door haar in het geding gebrachte stukken voldoende aangetoond dat werknemer vakantie heeft genoten en dat er op 27 en 28 december 2020 geen sprake was van een bedrijfssluiting. De conclusie is dat Bespaarmetjedak alleen het door haar erkende deel van € 780,05 bruto nog aan werknemer moet nabetalen. De transitievergoeding is niet aan werknemer uitbetaald. Bespaarmetjedak beroept zich op verrekening met de boete in verband met overtreding van het nevenwerkzaamhedenbeding door werknemer. Op de loonstrook van juli 2021 staat een inhouding van € 2.000 netto. Bespaarmetjedak heeft aangevoerd dat zij dit bedrag enkele dagen eerder al had betaald als voorschot op het loon, omdat de loonstrook niet vóór 1 augustus 2021 gemaakt kon worden. Ter zitting heeft werknemer aangegeven dat volgens hem sprake was van een voorschot ten aanzien van de hiervoor besproken provisie, zodat er geen inhouding op het loon had mogen plaatsvinden. De juistheid van die stelling volgt echter niet uit de stukken. De vordering zal dus worden afgewezen. 

Tegenvorderingen aangaande overtreding nevenwerkzaamhedenbeding 

De kantonrechter vindt dat Bespaarmetjedak voldoende heeft aangetoond dat werknemer tijdens zijn dienstverband met Bespaarmetjedak, nevenwerkzaamheden heeft verricht voor het bedrijf dat hij op 1 februari 2021 (opnieuw) heeft ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Het bedrijf is een eenmanszaak dat op zijn naam gesteld is en bovendien is er een Facebookpagina aangemaakt waar zijn telefoonnummer op vermeld staat als contact voor vragen over het project. Ter zitting heeft werknemer verklaard dat de 22 personen die de Facebookpagina volgen, voornamelijk vrienden van hem zijn. Uit deze omstandigheden blijkt de betrokkenheid van werknemer bij dit project. Op de Facebookpagina zijn bovendien meerdere berichten geplaatst over de voortgang van het project. Volgens werknemer is de Facebookpagina beheerd door een reclamebureau, in opdracht van de Duitse zakenpartner van werknemer. Het had op de weg van werknemer gelegen om zijn verweer nader toe te lichten en met stukken te onderbouwen. Daarmee heeft werknemer de stelling van Bespaarmetjedak dat het nevenwerkzaamhedenbeding is overtreden onvoldoende betwist en staat die overtreding vast. De conclusie is dat de kantonrechter de door Bespaarmetjedak gevorderde verklaringen voor recht zal toewijzen. Ook de gevorderde boete, zoals die resteert na verrekening, wordt toegewezen.