Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 3 november 2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:16553
Feiten
Werknemer is op 21 september 2009 in dienst getreden bij Kwik-Fit Nederland B.V. (hierna: Kwik-Fit). Bij brief van 1 februari 2016 heeft werknemer de vernieuwde versie van de arbeidsvoorschriften ontvangen. Hierin wordt onder meer een artikel gewijd aan het voorkomen van ongewenst gedrag. Op 17 mei 2021 heeft zich een voorval voorgedaan op de werkvloer tussen werknemer en een collega. Beide werknemers zijn geschorst door Kwik-Fit. Van het voorval zijn door de beveiligingscamera op de werkvloer opnames gemaakt. Op woensdag 19 mei 2021 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen werknemer en Kwik-Fit over het voorval. Op vrijdag 21 mei 2021 is werknemer telefonisch op staande voet ontslagen wegens het voorval op de werkvloer op 17 mei 2021. Bij brief van donderdag 27 mei 2021 is werknemer door Kwik-Fit op staande voet ontslagen, omdat hij zich onder meer schuldig zou hebben gemaakt aan het mishandelen, het grovelijk beledigen en het op ernstige wijze bedreigen van zijn collega. Werknemer berust in het einde van de overeenkomst en verzoekt onder meer een billijke vergoeding, vergoeding voor onregelmatige opzetting en transitievergoeding.
Oordeel
Naar het oordeel van de kantonrechter is het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig. Het voorval dat heeft geleid tot het geven van ontslag op staande voet door Kwik-Fit aan werknemer heeft op 17 mei 2021 plaatsgevonden, op welke datum Kwik-Fit ook kennis heeft genomen van het voorval. Gegeven dat Kwik-Fit op 27 mei 2021 aan werknemer een brief heeft gestuurd waarin staat dat hij op staande voet is ontslagen en pas daarin de exacte gronden voor het ontslag heeft vermeld en Kwik-Fit geen deugdelijke en dragende verklaring heeft gegeven waarom er 10 dagen zitten tussen het voorval en de mededeling van de dringende reden van het ontslag, is de kantonrechter van oordeel dat het ontslag niet voldoet aan de formele eisen die de wet daaraan stelt, te weten dat de dringende redenen onverwijld en kenbaar zijn meegedeeld aan de werknemer. De gevorderde vergoeding wegens onregelmatige opzegging zal daarom worden toegewezen. De vergoeding is gelijk aan het bedrag van het loon over de opzegtermijn, te weten € 7.186,38 bruto. Voor de beoordeling (voor het toekennen van en) van de hoogte van een transitievergoeding en de billijke vergoeding is van belang of het ontslag rechtsgeldig is gegeven en in hoeverre werknemer of Kwik-Fit een verwijt te maken valt van het voorval dat heeft geleid tot het ontslag. Het is in beginsel aan Kwik-Fit om haar stelling dat werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld te bewijzen. De door Kwik-Fit overgelegde stukken, waaronder de verklaringen van de medewerkers en leidinggevende en de (afschriften/screenshots van de) opname van de beveiligingscamera zijn daartoe onvoldoende, omdat werknemer de inhoud van deze verklaringen en beelden gemotiveerd heeft weersproken en Kwik-Fit een zelfstandig verwijt maakt, namelijk dat Kwik-Fit niet heeft voldaan aan haar verplichting om te zorgen voor een veilige werkomgeving. Omdat de stellingen van partijen over de uitleg van de beelden van de beveiligingscamera en de verklaringen van collega’s haaks op elkaar staan, kan naar het oordeel van de kantonrechter thans niet worden beoordeeld of, en zo ja in hoeverre, werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Gegeven dat bij de bepaling van de hoogte van een transitievergoeding en billijke vergoeding, alle omstandigheden worden meegewogen, is ook van belang of er sprake was van een veilige werkomgeving. Daarom draagt de kantonrechter Kwik-Fit bewijs op van feiten en omstandigheden die de conclusie rechtvaardigen dat werknemer ernstig verwijt kan worden gemaakt van de vechtpartij tussen hem en zijn collega op 17 mei 2021. De zaak wordt na te melden datum verwezen voor het nemen van een akte aan de zijde van Kwik-Fit om zich uit te laten of zij bewijs wil leveren van haar stellingen. Elke verdere beslissing wordt aangehouden.