Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Tante Nel B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 4 augustus 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:6535
Werknemer vordert betaling van zijn loon met wettelijke verhoging. Het totaal aan wettelijke verhoging op basis van de berekeningen van de kantonrechter komt neer op € 2.277,81 bruto.

Feiten  

Werknemer is op 10 november 2016 op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij Tante Nel B.V. (hierna: Tante Nel) als barkeeper. In de arbeidsovereenkomst is onder meer een bepaling opgenomen voor de doorbetaling van werknemer tijdens ziekte. Op 15 september 2021 heeft werknemer zich ziek gemeld. Werknemer vordert in kort geding onder meer de betaling van zijn loon met wettelijke verhoging over verschillende periodes vanaf oktober 2021 tot en met juni 2022 en de betaling van zijn meeruren over juli en augustus 2021.  

Oordeel 

De kantonrechter stelt vast dat bij het uitbrengen van de dagvaarding de bij de wet voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen. Nu geen vertegenwoordiger of gemachtigde namens Tante Nel op de mondelinge behandeling is verschenen, wordt tegen Tante Nel verstek verleend. De vordering  tot betaling van de meeruren over de maanden juli en augustus 2021  van € 665 bruto komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en wordt toegewezen, temeer nu Tante Nel die bedragen in de loonstrook over de maand augustus 2022 met zoveel woorden heeft erkend. Met betrekking tot de vorderingen over verschillende perioden wettelijke verhoging over het loon van € 1.852,50 bruto exclusief emolumenten (95% van het in de arbeidsovereenkomst opgenomen brutoloon), wordt het volgende overwogen. Op grond van artikel 3.6 van de arbeidsovereenkomst dient het loon in de laatste week van de maand aan werknemer betaald te worden. Dit betekent dat werknemer bij het uitblijven van betaling van zijn loon ingevolge het bepaalde in artikel 7:625 BW vanaf de vierde werkdag na afloop van de maand waarin het loon betaald had moeten worden, recht heeft op de wettelijke verhoging. Werknemer heeft niet gesteld op welke dagen hij bij Tante Nel werkte. Bij gebreke van nadere informatie daarover gaat de kantonrechter ervan uit dat als werkdagen voor werknemer gelden de maandag tot en met vrijdag. De vorderingen met betrekking tot de wettelijke verhoging over de maanden november 2021, april 2022 en mei 2022 zijn niet toewijsbaar, omdat op het moment van het uitbetalen van het loon geen vier werkdagen na afloop van de maand waarin het loon betaald had moeten worden, zijn verstreken. De vorderingen met betrekking tot de wettelijke verhoging over de maanden juni 2022, oktober 2021, januari 2022, maart 2022 en augustus 2021 zijn wel (gedeeltelijk) toewijsbaar. Op basis van de berekeningen gedaan door de kantonrechter komt het totaal aan wettelijke verhoging uiteindelijk uit op een bedrag van € 2.277,81 bruto.