Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 29 juni 2022
ECLI:NL:RBMNE:2022:2515
Feiten
De heer X (hierna: de zzp’er) werkt als zelfstandig projectmanager in de bouwsector. Sinds september 2019 is hij via een intermediair werkzaamheden gaan verrichten voor Volker Energy Solutions B.V. (hierna: VES). De zzp’er heeft op 25 september 2019 een overeenkomst van opdracht gesloten met de intermediair. Op grond van die overeenkomst verrichtte de zzp’er in opdracht van de intermediair werkzaamheden bij VES. Verder is in de overeenkomst opgenomen dat de intermediair de overeenkomst met de zzp’er op elk moment schriftelijk mag opzeggen met inachtneming van een opzegtermijn van 30 kalenderdagen. Op 2 juni 2020 heeft VES de zzp’er gemeld dat zij de samenwerking wilde beëindigen. Partijen zijn het niet eens geworden over een vergoeding. De zzp’er moest zijn laptop en toegangspas inleveren en kon geen werkzaamheden meer voor VES verrichten. Op 11 juni 2020 heeft de intermediair aan de zzp’er bevestigd dat zijn inzet bij VES is beëindigd en gemeld dat de overeenkomst op 25 juni 2020 beëindigd zal worden. Op 15 juni 2020 heeft de intermediair aan de zzp’er gemeld dat de overeenkomst, ondanks eerdere berichtgeving, met inachtneming van de opzegtermijn van 30 dagen wordt beëindigd. De zzp’er vordert veroordeling van de intermediair tot betaling van een vergoeding over de periode waarin de zzp’er niet kon werken (5 juni 2020 tot 12 juli 2020).
Oordeel
De rechtbank is van oordeel dat de intermediair de zzp’er een vergoeding moet betalen, omdat de zzp’er ten onrechte door VES niet in staat is gesteld om vanaf 5 juni 2020 tot aan het einde van de overeenkomst op 11 juli 2020 te werken en hij daardoor inkomensschade heeft geleden. Op grond van de algemene voorwaarden kan de zzp’er de intermediair daarvoor aanspreken. Hoofdregel is dat een opdrachtnemer tijdens de looptijd van de overeenkomst van opdracht – waaronder de opzegtermijn – in staat moet worden gesteld om zijn werkzaamheden uit te voeren, als hij daartoe bereid en in staat is. Uit niets blijkt dat er in dit geval zwaarwegende omstandigheden waren die maakten dat de zzp’er per direct met zijn werkzaamheden moest stoppen. Hij heeft juist onderbouwd dat hij goed functioneerde. Dat betekent dat VES de zzp’er op 5 juni 2020 niet naar huis had mogen sturen. Daarnaast kan de zzp’er de intermediair aanspreken op grond van schending van haar verplichtingen als goed opdrachtgever. Uit de algemene voorwaarden volgt dat de intermediair instaat voor nakoming van de verplichting van VES om de zzp’er toegang te verlenen tot de locatie en hem in staat te stellen zijn werkzaamheden te verrichten. Nu VES die verplichting niet is nagekomen, kan de zzp’er de intermediair aanspreken tot vergoeding van de schade die hij door dit tekortschieten heeft geleden. Een andere uitleg van de algemene voorwaarden zou te zeer indruisen tegen de ratio daarvan, namelijk voorkomen dat de zzp’er tussen wal en schip geraakt omdat de intermediair zijn contractuele wederpartij is terwijl hij feitelijk de werkzaamheden verricht voor VES. Het had op de weg van de intermediair gelegen om als goed opdrachtgever na te gaan waar de wens van VES, om niet langer met de zzp’er te werken, vandaan kwam, om vervolgens bij VES af te dwingen dat de zzp’er tot het einde van de overeenkomst in staat zou worden gesteld om te werken, althans dat de zzp’er moest worden betaald voor zijn beschikbaarheid. De intermediair is derhalve toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens de zzp’er. Zij moet daarom de als gevolg hiervan door de zzp’er geleden schade vergoeden. De schadevergoeding wordt vastgesteld op € 15.249, te vermeerderen met wettelijke rente en een proceskostenvergoeding.