Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 9 augustus 2022
ECLI:NL:RBAMS:2022:4655
Feiten
Werknemer is met ingang van 1 mei 2017 bij werkgever in dienst getreden als product director. Werkgever is een marketingadviesbureau in de fitnessbranche en marktleider in Europa. De arbeidsovereenkomst bevat een relatiebeding waarin staat opgenomen dat werknemer gedurende één jaar na beëindiging van de arbeidsovereenkomst geen contact mag opnemen met relaties uit de ‘relation database’ van werkgever. Op 1 april 2022 heeft werknemer de arbeidsovereenkomst met werkgever opgezegd. Werknemer heeft werkgever op 23 mei 2022 te kennen gegeven dat hij in dienst wenst te treden bij Aciso Fitness & Health GmbH (hierna: Aciso). Aciso is in 2019 ontstaan uit een fusie van onder andere Greinwalder & Partner (hierna: Greinwalder), een voormalige relatie van werkgever. Op 24 mei 2022 heeft werkgever werknemer bericht dat hij het relatiebeding schendt als hij in dienst treedt bij Aciso. Werknemer vordert in dit kort geding primair de werking van het relatiebeding geheel of gedeeltelijk te schorsten in die zin dat werknemer zijn werkzaamheden voor Aciso kan starten en het relatiebeding wordt beperkt tot de relaties waarvoor werkgever daadwerkelijk werkte in het jaar voordat de arbeidsovereenkomst eindigde.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Algemeen wordt aangenomen dat artikel 7:653 BW, waarin het concurrentiebeding wordt omschreven, ook van toepassing is op het relatiebeding. Dit brengt mee dat voor de geldigheid van een relatiebeding aan de wettelijke vereisten van artikel 7:653 BW dient te zijn voldaan. Werkgever voert aan dat werknemer het relatiebeding schendt als hij in dienst treedt bij Aciso, omdat hij potentieel concurrerende werkzaamheden gaat verrichten bij een relatie van werkgever. Volgens werkgever vermeldt het relatiebeding duidelijk dat werknemer geen activiteiten mag verrichten die de ‘business’ van werkgever verstoren waardoor het relatiebeding elementen bevat van een concurrentiebeding. Met betrekking tot de kwalificatie van het beding oordeelt de kantonrechter dat bij de uitleg van het beding moet worden aangeknoopt bij de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis en hoe partijen die hebben mogen opvatten. Aangezien de bepaling wordt aangeduid met ‘relation clause’ en het werknemer niet is toegestaan contact te maken met relaties zoals opgenomen in de ‘relation database’, kwalificeert het beding niet als een concurrentiebeding. Met betrekking tot het standpunt van werkgever dat Aciso (nog) een relatie van werkgever is, komt de kantonrechter tot het oordeel dat dit niet aannemelijk is gemaakt. Het is onduidelijk wie bedoeld wordt met relaties in de ‘relation database’ en die onduidelijkheid komt voor rekening en risico van werkgever. Verder is het standpunt van werkgever dat Aciso een bestaande relatie is, niet aannemelijk gemaakt. Aciso heeft immers een schriftelijke verklaring ondertekend waaruit volgt dat zij geen verdere samenwerking meer met werkgever wenst aan te gaan, omdat de laatste samenwerking niet op goede voet is geëindigd en zij sinds januari 2020 dezelfde online services aanbiedt als werkgever. Tot slot komt de kantonrechter tot het oordeel dat werknemer het relatiebeding niet overtreedt door in dienst te treden bij Aciso. In het relatiebeding is geen periode afgesproken waarin een partij nog als relatie in de zin van het beding moet worden aangemerkt, waardoor het relatiebeding onredelijk breed is geformuleerd. Aangezien de samenwerking tussen werkgever en Greinwalder (later Aciso) al in 2019 is beëindigd, heeft werkgever onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij nog langer beschermd moet worden door het beding. Het relatiebeding wordt geschorst voor zover dit verder gaat dan relaties waarvoor werkgever daadwerkelijk werkte in de twee jaar voordat de arbeidsovereenkomst tussen partijen eindigde.