Naar boven ↑

Rechtspraak

Service-Plus B.V./Organisatie voor Bewindvoering & Insolventie B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 5 september 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:7492
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen werknemer. Beslissing wordt aangehouden zodat werkgever bewijs kan leveren dat werknemer onder invloed van alcohol werkzaamheden zou verrichten.

Feiten

Werknemer is op 10 oktober 2013 in dienst getreden bij Service-Plus B.V. in de functie schoonmaker. Service-Plus heeft een huisreglement waarin onder meer is opgenomen dat het ten strengste verboden is om voor of tijdens werk onder invloed te zijn van alcohol. Op 29 februari 2016 is werknemer onder bewind gesteld, waarbij de Organisatie voor Bewindvoering en Insolventie Nederland B.V. (hierna: OBIN q.q.) is benoemd tot bewindvoerder. Op 6 juni 2017 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen werknemer, twee ambulant begeleiders van werknemer en twee medewerkers van Service-Plus. Tijdens dit gesprek is aangegeven dat de werkgever zich zorgen heeft gemaakt om werknemer vanwege zijn wisselende functionering en dat werkgever vermoedt dat werknemer een alcoholprobleem heeft. Werknemer heeft bovendien zijn rijbewijs, na het verlies daarvan, niet teruggekregen omdat er alcohol in zijn bloed is aangetroffen. Tijdens een gesprek op 2 februari 2022 heeft werknemer bevestigd aan leidinggevende dat hij tijdens werktijd om 11 uur ’s ochtends bier heeft gedronken. Bij brief van 3 februari 2022 heeft werknemer een schriftelijke waarschuwing gekregen van Service-Plus. Bij brief van 8 april 2022 heeft werknemer een tweede schriftelijke waarschuwing gekregen en is hij per direct geschorst.  De gemachtigde van Service-Plus heeft werknemer op 21 april 2022 bericht over beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen. Werknemer zou onder invloed werkzaamheden verrichten, tijdens werktijd alcoholische dranken nuttigen en collega’s hebben uitgescholden en geïntimideerd. Bij brief van 3 mei 2022 heeft de gemachtigde van werknemer laten weten dat werknemer zich niet kan verenigen met de waarschuwingsbrieven. Werknemer ontkent uitdrukkelijk dat hij tijdens werk alcohol heeft gebruikt, alsmede dat hij collega’s zou hebben uitgescholden. Service-Plus verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Service-Plus heeft aan het ontbindingsverzoek ten grondslag gelegd dat werknemer meermaals onder invloed van alcohol werkzaamheden heeft verricht en heeft genuttigd en collega’s pest en intimideert. Werknemer heeft een erkend alcoholprobleem maar weigert de hulp van Service-Plus te aanvaarden. Nu de schoonmakers van Service-Plus hun werkzaamheden verrichten in huis bij opdrachtgevers, zijn zij het visitekaartje van Service-Plus. Juist daarom wordt in het huisreglement aangegeven dat de schoonmakers van Service-Plus ervoor zorg moeten dragen dat opdrachtgevers geen aanstoot aan hen kunnen nemen, waarbij expliciet wordt aangegeven dat het verboden is tijdens het werk alcohol te gebruiken. Nu werknemer zich meerdere keren niet aan deze regels heeft gehouden, stelt Service-Plus dat het niet van haar kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. OBIN q.q. verweert zich tegen het verzoek en stelt dat de ontbinding dient te worden afgewezen, nu werknemer niet voor of tijdens werktijd alcohol heeft genuttigd en geen collega’s heeft gepest. Werknemer drinkt na werktijd regelmatig bier, maar dit heeft geen effect op de wijze waarop hij zijn werktijd overdag verricht. De kantonrechter constateert dat partijen verschillen van mening over de feitelijke gang van zaken. Service-Plus stelt dat bij herhaling is geconstateerd dat werknemer onder invloed van alcohol zijn werkzaamheden verricht en nuttigt en dat hij pest en intimideert, terwijl OBIN q.q. dit alles uitdrukkelijk betwist. Gelet op deze betwisting kan de kantonrechter op dit moment niet vaststellen of al dan niet sprake is van een redelijke grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Service-Plus zal worden toegelaten tot het leveren van bewijs. In afwachting van de uitkomst van de bewijslevering wordt iedere verdere beslissing aangehouden.