Naar boven ↑

Rechtspraak

Werkneemster/werkgeefster
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 8 augustus 2022
ECLI:NL:RBLIM:2022:6542
Werkneemster is de verzorgster van het kind van werkgeefster. Verslechtering van de verstandsverhouding. Ontslag op staande voet wegens vermeende foutieve en frauduleuze declaratie. Geen dringende reden, omdat werkneemster niet bewust onrechtmatig geld heeft onttrokken. Toekenning transitievergoeding en gefixeerde schadevergoeding.

Feiten 

X is bij beschikking van 10 februari 2010 onder curatele gesteld. Zijn moeder is toen benoemd tot zijn curator. Vanwege zijn handicap is X aangewezen op zorg die 24 uur per dag beschikbaar dient te zijn. Deze zorg wordt gefinancierd vanuit een persoonsgebonden budget via de SVB. De moeder van X (hierna: werkgeefster) heeft in haar hoedanigheid van curator namens X met werkneemster een arbeidsovereenkomst gesloten waarbij werkneemster als zorgverlener in dienst van X is getreden met ingang van 1 mei 2019. In 2021 heeft werkneemster met toestemming van werkgeefster elf weken niet gewerkt, omdat zij die periode in Azerbeidzjan verbleef. Daarna heeft werkneemster opnieuw toestemming gevraagd voor langdurig verlof, maar dat heeft werkgeefster geweigerd. Werkneemster heeft zich op 12 januari 2022 ziekgemeld, waarna zij mededeelde zwanger te zijn. Zij heeft eind januari medegedeeld dat zij in het voorjaar drie maanden naar het buitenland wil, maar daar heeft werkgeefster negatief op gereageerd. Op 1 februari 2022 heeft werkneemster zich opnieuw ziekgemeld. Partijen hebben daarna gecorrespondeerd en daaruit blijkt van een verslechtering van de verstandhouding. Werkneemster heeft daarbij een voorstel tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst afgewezen. Op 23 april 2022 heeft werkgeefster aan werkneemster medegedeeld dat zij op staande voet ontslagen is vanwege een vermeende foutieve en frauduleuze declaratie. Werkneemster had namelijk haar (volgens werkgeefster te hoge) urendeclaratie op of omstreeks 31 maart 2022 rechtstreeks naar de SVB gestuurd met haar eigen handtekening, terwijl werkgeefster die handtekening zou moeten zetten. Werkneemster vordert onder meer een gefixeerde schadevergoeding en transitievergoeding. 

Oordeel 

Werkneemster wijst erop dat werkgeefster op 11 april 2022 op de hoogte was van de door haar aan de SVB opgestuurde urendeclaratie en dat het ontslag op staande voet vervolgens pas twaalf dagen later is gegeven. Volgens werkneemster is dat niet onverwijld. Dit betoog verwerpt de kantonrechter, omdat hij van oordeel is dat in deze specifieke situatie wel degelijk is voldaan aan de onverwijldheidseis. Werkgeefster is immers door de wijze waarop de zorg voor haar zoon wordt gefinancierd tegen wil en dank werkgever moeten worden. Daarnaast neemt zij een zeer groot deel van de zorg voor X voor haar rekening. Door het uitvallen van werkneemster zal dat deel nog verder zijn toegenomen. Werkgeefster heeft verder uitgelegd dat zij tussen 11 en 23 april 2022 nader onderzoek heeft verricht door contact op te nemen met de SVB, tevergeefs pogingen heeft ondernomen om met werkneemster in contact te komen en om juridisch advies heeft gevraagd. Dit alles overziend heeft werkgeefster voldoende voortvarend gehandeld en is het ontslag wel degelijk onverwijld geven.
Werkneemster stelt ook dat geen sprake is geweest van een dringende reden. Dit betoog slaagt wel. Het enkele feit dat werkneemster haar eigen handtekening op het urenbriefje heeft gezet, is niet aan te merken als fraude en levert daarom geen dringende reden op. Werkneemster heeft uitgelegd dat zij voor wat betreft de maand maart 2022 haar declaratie rechtstreeks naar de SVB heeft gestuurd, omdat zij en werkgeefster niet meer met elkaar wilden praten. Die uitleg vindt de kantonrechter niet overtuigend, want ook in een situatie waarin partijen geen contact meer met elkaar willen, kan van werkneemster worden verlangd dat zij de (ziekte)uren aan haar werkgeefster schriftelijk doorgeeft. De hamvraag is echter of werkneemster bewust heeft geprobeerd zichzelf ten koste van het persoonsgebonden budget van X te verrijken. Daarvan is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake. Werkneemster heeft het aantal van 43,5 uren naar eigen zeggen ingevuld in overleg met de SVB omdat zij niet wist hoeveel uren zij moest invullen voor de maand maart. Zij heeft toen in overleg met de SVB daarbij als uitgangspunt genomen dat dit helft moet zijn van de in februari 2022 gedeclareerde uren. Zij heeft er daarbij niet aan gedacht dat de ziekte-uren van haar eerdere ziekmelding in januari 2022 ook nog meetelden voor de zes weken, waardoor zij over maart 2022 recht had op minder dan twee weken loondoorbetaling. Verder heeft werkneemster nog aangevoerd dat zij in de veronderstelling verkeerde dat een eventueel verkeerd urenaantal niet tot een onjuiste loonbetaling zou leiden, omdat werkgeefster dit toch zou corrigeren. De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat werkneemster bewust heeft geprobeerd onrechtmatig geld te onttrekken aan het persoonsgebonden budget van X. De verzochte transitievergoeding van € 1.681,26 komt de kantonrechter juist voor en wordt toegewezen. Bovendien heeft werkneemster volgens de kantonrechter recht op € 2.026,67 bruto gefixeerde schadevergoeding.