Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Logidist Transport B.V.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 17 juli 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:11358
Op werknemer rust bewijslast van stelling dat arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is aangegaan voor de duur van (ruim) een jaar, en niet, zoals werkgever stelt, voor de duur van een half jaar. Bewijsopdracht werknemer.

Feiten

Werknemer is op 18 december 2018 als chauffeur in dienst getreden bij Logidist Transport B.V. (hierna: Logidist). De arbeidsovereenkomst is aangegaan voor bepaalde tijd. Partijen verschillen van mening over de overeengekomen duur van de arbeidsovereenkomst. Werknemer stelt dat is afgesproken dat de arbeidsovereenkomst zou eindigen op 31 december 2019. Volgens hem is de opzegging van Logidist tegen 18 juni 2019 onregelmatig en zijn dus vergoedingen verschuldigd. Volgens Logidist is de arbeidsovereenkomst aangegaan voor de duur van een half jaar en eindigde deze dus op 18 juni 2019. De kantonrechter heeft overwogen dat het werknemer niet is gelukt aan te tonen dat de arbeidsovereenkomst liep tot 31 december 2019. De verzoeken van werknemer tot toekenning van een billijke vergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging zijn daarom afgewezen. Werknemer heeft hoger beroep ingesteld.

Oordeel

Het hof oordeelt als volgt. In de procedure zijn twee verschillende ondertekende arbeidsovereenkomsten overgelegd. De tekst van de arbeidsovereenkomsten is identiek, met uitzondering van artikel 2. In de arbeidsovereenkomst waarop werknemer zich beroept (hierna: arbeidsovereenkomst 1) is opgenomen: “De arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor bepaalde tijd en wel van 18 december 2018 tot 31 december 2019 voor een werkweek van standaard 40 werkuren”. De arbeidsovereenkomst waarop Logidist zich beroept (hierna: arbeidsovereenkomst 2) bevat een gelijkluidende zin, maar daarin wordt als einddatum genoemd 18 juni 2019. De eerste bladzijde van arbeidsovereenkomst 2 bevat een paraaf, die van arbeidsovereenkomst 1 niet. Tussen partijen staat vast dat werknemer vanaf 3 juni 2019 niet meer heeft gewerkt voor Logidist en dat hij van Logidist een eindafrekening van het dienstverband per 18 juni 2019 heeft ontvangen. Werknemer baseert zijn verzoek op de stelling dat Logidist de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. Daarvan is alleen sprake als, zoals hij stelt, de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor een langere duur dan tot 18 juni 2019. Logidist betwist dat daarvan sprake is en stelt zich op het standpunt dat arbeidsovereenkomst 1 is vervalst. Werknemer stelt daar tegenover dat mondeling is afgesproken dat de arbeidsovereenkomst tot 31 december 2019 zou duren en dat partijen twee arbeidsovereenkomsten hebben ondertekend. Na ondertekening van arbeidsovereenkomst 2 ontdekte hij dat de daarin opgenomen duur niet juist was en heeft hij om een nieuwe arbeidsovereenkomst gevraagd. Daarop is arbeidsovereenkomst 1 ondertekend, aldus werknemer. Op werknemer rust de bewijslast van zijn stelling dat de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor de duur van 18 december 2018 tot 31 december 2019. Hij zal, overeenkomstig zijn uitdrukkelijke aanbod, daartoe worden toegelaten. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.