Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Accenture B.V.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 25 augustus 2022
ECLI:NL:RBAMS:2022:5174
Onterecht gegeven ontslag op staande voet van werknemer die seksueel getinte opmerkingen maakte naar vrouwelijke collega’s en een vrouwelijke collega heeft aangeraakt. Aan het onderzoek van werkgeefster kleven gebreken en het beginsel van hoor/wederhoor is niet toegepast.

Feiten 

Werknemer is op 1 september 2017 in dienst getreden bij Accenture B.V., laatstelijk in de functie van managing director. Op de arbeidsovereenkomst is de Bedrijfscode van toepassing, waaruit volgt dat intimidatie en respectloos gedrag niet worden getolereerd. Accenture moedigt werknemers aan om melding te maken van overtredingen van de wet of de Bedrijfscode. Op 28 februari 2022 heeft Accenture een klacht ontvangen van een werkneemster van Accenture. De centrale onderzoeksafdeling van Accenture heeft naar aanleiding van de melding onderzoek gedaan en getuigen gehoord. Op 16 en 17 maart 2022 heeft een interview met werknemer plaatsgevonden. Op 18 maart 2022 is werknemer op staande voet ontslagen. Op 8 april 2022 heeft werknemer bezwaar gemaakt tegen zijn ontslag op staande voet. Werknemer verzoekt om een billijke vergoeding van € 650.000 bruto door verlies van zijn baan, het mislopen van een aandelenpakket, zijn verminderde kansen op de arbeidsmarkt en het verwijtbaar handelen van Accenture. Volgens werknemer is geen sprake van een dringende reden en is het ontslag niet onverwijld gegeven. De onhandige opmerkingen die werknemer heeft gemaakt en het aanraken van collega’s kwalificeren volgens werknemer niet als grensoverschrijdend gedrag en seksuele intimidatie. Een ontslag op staande voet is disproportioneel. Bovendien vindt werknemer dat gebrekkig onderzoek is gedaan. Werknemer verzoekt eveneens om een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding van € 25.253,06 bruto, respectievelijk € 27.497,77 bruto. Accenture heeft bij het ontslag op staande voet meegewogen dat werknemer een senior functie heeft, dat hij zich opwierp als mentor, misbruik maakte van zijn senioriteit, dat sprake is van recidive en de ernst van de gedragingen. Volgens Accenture is het onderzoek zorgvuldig gedaan. Accenture verzoekt tot afwijzing van de billijke vergoeding en transitievergoeding. 

Oordeel 

Accenture heeft na de melding op 24 februari 2022 onderzoek gedaan.  Na afronding van het onderzoek is werknemer op 18 maart 2022 op staande voet ontslagen. Volgens de kantonrechter kan de ontslagaanzegging als onverwijld worden aangemerkt. Werknemer heeft op 24 februari 2022 een werkneemster een compliment gegeven over haar gezichtsuitdrukking en erkend dat hij haar op haar arm en/of rug heeft aangeraakt. Werknemer heeft eveneens erkend dat hij in september 2020 naar een vrouwelijke collega de opmerking heeft gemaakt: “Ik heb meer zin in jou dan in mijn burger”. Werknemer kan gelet op zijn senior functie een verwijt worden gemaak van zijn ongepaste opmerkingen en de aanraking van een collega. Werknemer had zich bewust moeten zijn van zijn positie ten opzichte van de (vrouwelijke) junior medewerkers en had moeten voorkomen dat hij gebruik of misbruik zou maken van zijn positie. Dit rechtvaardigt echter geen ontslag op staande voet. Van alle gedragingen die werknemer worden verweten, zijn er slechts enkele komen vast te staan omdat werknemer deze heeft erkend. Bovendien kleven er enkele gebreken aan het door Accenture uitgevoerde onderzoek. De notities c.q. verklaringen zijn niet op juistheid en/of volledigheid te controleren. Het is voor werknemer vrijwel onmogelijk om zich adequaat tegen de verwijten te verweren. Daarmee is gehandeld in strijd met de beginselen van hoor en wederhoor en het recht van werknemer zich te verdedigen. Voorts heeft Accenture geen alternatieven voor een ontslag op staande voet overwogen. Het ontslag op staande voet is daarmee niet rechtsgeldig. Werknemer berust in het einde van de arbeidsovereenkomst. Aan werknemer wordt een vergoeding wegens onregelmatige opzegging toegekend van € 25.253,06 bruto en een transitievergoeding van € 27.497,77 bruto. Nu werknemer wel degelijk een verwijt valt te maken van zijn handelen, wordt aan hem geen billijke vergoeding toegekend.