Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 20 september 2022
ECLI:NL:GHDHA:2022:1767
Feiten
Werknemer is in 2019 op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van zes maanden bij ’t Goude Hooft in dienst getreden. Op 3 juni 2022 is de arbeidsovereenkomst verlengd voor de duur van acht maanden. Op de arbeidsovereenkomst is de cao Horeca van toepassing. Begin 2020 is de coronapandemie uitgebroken. ’t Goude Hooft heeft van 15 maart 2020 tot 15 juni 2020 de deuren moeten sluiten. Eind maart 2020 heeft er een personeelsbijeenkomst plaatsgevonden waarin de gevolgen van de lockdown besproken zijn. Werknemer heeft tijdens deze lockdown niet of nauwelijks gewerkt. Van 15 juni 2020 tot aan de tweede lockdown heeft werknemer conform zijn arbeidsovereenkomst werkzaamheden verricht. De tweede lockdown is ingegaan op 15 oktober 2020. In de tweede lockdown heeft werknemer wel werkzaamheden verricht, maar niet zijn volledige arbeidsomvang. In 2021 is de arbeidsovereenkomst van werknemer van rechtswege geëindigd. Werknemer heeft de kantonrechter verzocht om uitbetaling van de opgebouwde, niet-genoten vakantiedagen en de gewerkte overuren. De kantonrechter heeft deze vordering afgewezen. Werknemer heeft hoger beroep ingesteld.
Oordeel
Vakantie-uren
In de cao is opgenomen dat werkgever in overleg met de werknemer het opnemen van de vakantiedagen vaststelt. Een afwijking ten nadele van hetgeen in de cao is bepaald is niet toegestaan en moet schriftelijk zijn vastgelegd. Ook als zou moeten worden aangenomen dat partijen eind maart 2020 een afspraak hebben gemaakt over het opnemen van de vakantiedagen, kan ’t Goude Hooft daarop alleen een beroep doen voor zover de afspraak niet in strijd is met de bepalingen uit de cao. Gesteld noch gebleken is dat werknemer in de periode 1 juni 2020 tot het einde van het dienstverband vakantie heeft genoten. Ingevolge artikel 7:641 lid 1 BW kan werknemer dan ook aanspraak maken op de door hem opgebouwde, maar niet genoten vakantie-uren. Naar het oordeel van het hof heeft ’t Goude Hooft onvoldoende feiten en omstandigheden naar voren gebracht op grond waarvan het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn dat werknemer van ’t Goude Hooft verlangt dat de niet-genoten vakantie-uren worden uitbetaald. ’t Goude Hooft heeft aangevoerd dat sprake is van uitzonderlijke omstandigheden en maatregelen die gedurende de coronapandemie golden. Het hof acht dit onvoldoende. In de periode waar het hier om gaat (vanaf 1 juni 2020) heeft werknemer iedere week gewerkt. Daarnaast golden er van 15 juni tot 15 oktober 2020 geen coronabeperkingen en heeft werknemer zijn contracturen gewerkt. Bovendien heeft ’t Goude Hooft in deze periode omzet gedraaid en NOW ontvangen. Niet is gebleken in hoeverre sprake was van een verliesgevende situatie. De vordering tot het uitbetalen van de vakantiedagen wordt toegewezen.
Overwerk
Het gaat erom of – zoals de cao bepaalt – werknemer in een periode van twaalf maanden meer heeft gewerkt dan de afgesproken veertig uur per week. Dit is niet het geval. Werknemer heeft gesteld dat hij gedurende de eerste twaalf maanden van het dienstverband gemiddeld 2,63 overuren per week heeft gemaakt. Het door werknemer overgelegde overzicht vermeldt dat hij in 2020 in de weken 10 tot en met 22 (de periode van de eerste lockdown) veertig uur per week heeft gewerkt, maar dat klopt niet. Werknemer heeft immers zelf gesteld dat in de eerste lockdown het restaurant volledig was gesloten. Werknemer heeft nagelaten toe te lichten waarom voor het vaststellen van het aantal overuren ervan moet worden uitgegaan dat hij tijdens de eerste lockdown 40 uur per week heeft gewerkt. Nu vaststaat dat hij tijdens de eerste lockdown niet heeft gewerkt, klopt de berekening in het overzicht niet. De uitbetaling van de overuren wordt afgewezen omdat de door werknemer gestelde feiten niet kunnen leiden tot toewijzing van zijn verzoek.