Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/KPN B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 22 september 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:7844
KPN-manager slaagt niet in bewijs dat na reorganisatie een nieuwe functie uitwisselbaar is met zijn vervallen functie. Ook is voldaan aan de herplaatsingsplicht. Voldragen a-grond.

Feiten

Werknemer is werkzaam bij KPN B.V. (hierna: KPN) als manager productmanagement. Vanwege een reorganisatie is de functie van werknemer komen te vervallen en is de arbeidsovereenkomst opgezegd op de a-grond. Werknemer stelt zich onder meer op het standpunt dat de arbeidsovereenkomst dient te worden hersteld, omdat de functie van manager productmanagement uitwisselbaar is met de functie van VP Channel, Proposition & G2M LCE (hierna ook: manager LCE). Daarnaast staat de vraag centraal of voldoende invulling is gegeven aan de herplaatsingsverplichting. Bij tussenbeschikking van 15 januari 2021 heeft de kantonrechter het voorshands aannemelijk geacht dat de door werknemer tot 1 april 2019 beklede functie van manager productmanagement niet als uitwisselbaar kan worden beschouwd met de (nieuwe) functie van manager LCE. De kantonrechter heeft werknemer toegelaten tot het bewijs van feiten en omstandigheden op grond waarvan moet worden geconcludeerd dat deze functies als uitwisselbaar moeten worden beschouwd. In het kader van de bewijsopdracht heeft werknemer negen getuigen doen horen en KPN, in contra-enquête, één getuige.

Oordeel

Uitwisselbaarheid

In het tussenvonnis is overwogen dat vermoed wordt dat beide functies voor wat betreft het niveau van de functie en de bij de functie behorende beloning gelijkwaardig zijn. Beide functies zijn van structurele aard. Na bewijslevering is komen vast te staan dat beide functies vergelijkbaar zijn voor zover het betreft de volgende kennis, vaardigheden en competenties: (i) plannen en organiseren; (ii) stakeholdermanagement; (iii) het vermogen om het vertrouwen van medewerkers te winnen en om de medewerkers een gevoel van empowerment te geven en (iv) technologische deskundigheid. Daar staat tegenover dat werknemer er niet in is geslaagd te bewijzen dat de functies voor wat betreft de inhoud vergelijkbaar zijn. Ook heeft hij niet bewezen dat beide functies vergelijkbaar zijn voor wat betreft de volgende kennis, vaardigheden en competenties: (v) senior managementervaring; (vi) bestuurlijke ervaring in marketing en productontwikkeling; (vii) C-suite level exposure naar LCE-klanten; (viii) relatienetwerk bij leveranciers en partners van KPN; (ix) business acumen; (x) commerciële slagkracht/commercieel inzicht; (xi) organisatiebewustzijn; (xii) strategische mindset/slagkracht; (xiii) “outside-in denken”. In het licht van het bovenstaande, in onderlinge samenhang bezien, heeft werknemer niet bewezen dat beide functies kunnen worden geacht uitwisselbaar te zijn. Daarbij speelt ook een rol dat de eerste drie competenties nogal generieke vaardigheden zijn, die in elke leidinggevende functie in meer of mindere mate van belang zullen zijn. Voor de beoordeling van de al dan niet vergelijkbaarheid van beide functies leggen die vaardigheden daarom minder gewicht in de schaal.

Herplaatsingsverplichting

De kantonrechter is van oordeel dat werknemer zich onvoldoende heeft ingespannen voor een eventuele herplaatsing in de functie van manager LCE. Nu vaststaat dat werknemer pas interesse heeft getoond in de functie van manager LCE nadat de vacature voor die functie al vervuld was en hij zich ook overigens niet tijdig heeft ingespannen om voor die functie in aanmerking te komen, behoeven de overige stellingen van partijen met betrekking tot de vraag of het mogelijk was en in de rede lag om werknemer in die functie te herplaatsen geen bespreking. De kantonrechter is van oordeel dat KPN zich voldoende heeft ingespannen om te komen tot herplaatsing van werknemer in een andere passende functie. KPN heeft haar stellingen, dat met werknemer meermaals op het hoogste managementniveau is gesproken over mogelijke herplaatsing en dat de genoemde functies aan werknemer zijn aangeboden of met hem zijn besproken, onderbouwd met correspondentie en verklaringen. Werknemer heeft zijn betwisting niet onderbouwd. Ook heeft werknemer, afgezien van hetgeen hij naar voren heeft gebracht over de functie van manager LCE, geen enkele concrete functie genoemd die KPN hem onthouden zou hebben.

A-grond

Uit het bovenstaande volgt dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst van werknemer in overeenstemming met artikel 7:669 lid 1 en lid 3 onder a BW heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat er geen grond is om KPN te veroordelen de arbeidsovereenkomst te herstellen of om aan werknemer een billijke vergoeding ten laste van KPN toe te kennen.