Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemers/Deliveroo Netherlands B.V.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 3 oktober 2022
ECLI:NL:RBAMS:2022:5657
Deliverookoeriers hebben, indien de cao Beroepsgoederenvervoer van toepassing is, alleen gedurende de avv-periode recht op loon, verblijfskosten en vakantiegeld conform functiegroep B van de cao. Gezien het standaardkarakter van de cao dient de door Deliveroo uitbetaalde bonus te worden verrekend met de eventuele vorderingen van werknemers.

Feiten

Werknemers zijn in de periode van 2015 tot 2019, voor kortere of langere tijd, op basis van een of meer min-max-arbeidsovereenkomsten als koeriers in dienst geweest van Deliveroo. Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 21 december 2021 het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd, waarin is geoordeeld dat Deliveroo onder de werkingssfeer van de (standaard-)cao Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen (hierna: de cao) valt. Deliveroo is nimmer lid geweest van een werkgeversorganisatie, partij bij de cao. De cao is door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor bepaalde periodes algemeen verbindend verklaard. Deliveroo heeft cassatie ingesteld tegen het arrest. Naar verwachting zal de Hoge Raad in maart 2023 arrest wijzen. Werknemers vorderen onder meer dat Deliveroo wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, toeslagen en vakantiedagen. Werknemers stellen daartoe dat Deliveroo, gezien het arrest van 21 december 2021, is gehouden om het loon en de emolumenten conform de cao aan werknemers te betalen. Dat geldt in ieder geval in de periodes dat de cao algemeen verbindend is verklaard maar volgens werknemers ook over de periodes dat dat niet het geval was, omdat het niet toepassen kennelijk onredelijk zou zijn. Werknemers stellen dat voor de berekening van het loon, de overuren en toeslagen moet worden uitgegaan van functiegroep B, nu de functie van koerier daaronder valt.

Oordeel

In dit tussenvonnis zal worden geoordeeld over een aantal geschilpunten die van belang zijn voor de berekening en hoogte van de vorderingen van werknemers. Overige beslissingen worden aangehouden tot de Hoge Raad over de toepasselijkheid van de cao heeft geoordeeld. Deliveroo heeft voor de tussenliggende periode een bedrag ter zekerheidsstelling overgemaakt op de derdengeldrekening van FNV, de gemachtigde van werknemers.

Nawerking algemeen verbindend verklaarde cao

Hoewel denkbaar is dat het onder omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de arbeidsvoorwaarden zouden vervallen na een periode van algemeenverbindendverklaring, is daartoe onvoldoende dat de cao in de gevorderde periode slechts gedurende 7,5 maand níet algemeen verbindend is verklaard of dat Deliveroo ook na de uitspraak in hoger beroep weigert de cao toe te passen. Die omstandigheden maken niet dat afgeweken dient te worden van de vaste rechtspraak van de Hoge Raad (vgl. ECLI:NL:HR:2003: AE9386), die meebrengt dat de arbeidsvoorwaarden uit een cao voor een niet-aangesloten werkgever alleen gelden in de periode dat de cao algemeen verbindend is verklaard. De rechtszekerheid en de contractsvrijheid van de werkgever verzetten zicht tegen het verlaten van dit uitgangspunt.

Functiegroep

Hoewel volgens werknemers zowel een adviseur functiewaarderingssystemen voor FNV als de Stichting SLWerkt (van het sectorinstituut Transport en Logistiek, STL) hebben geadviseerd dat de functie van fietskoerier moet worden ingedeeld in functiegroep B, ontbreekt daarvoor een nadere toelichting. Deliveroo heeft daartegenover slechts ongemotiveerd betwist dat werknemers ingedeeld moeten worden in functiegroep B, zonder verder uiteen te zetten in welke functiegroep zij dan wel zouden moeten worden ingedeeld. Vooralsnog wordt er dan ook van uitgegaan dat werknemers in functiegroep B vallen, nu aanknopingspunten ontbreken op grond waarvan indeling in een andere functiegroep meer in de rede ligt.

Verblijfskosten en vakantietoeslag

Niet valt in te zien dat deze vergoeding alleen voor vrachtwagenchauffeurs zou gelden en niet zou passen bij het werk van werknemers omdat zij slechts korte ritten maken, zoals Deliveroo aanvoert, onderbroken door wachttijd. Maar ook bij korte ritten achter elkaar is een fietskoerier (steeds) onderweg en kan hij geen gebruik maken van de gebruikelijke (bedrijfs)faciliteiten als wc’s of koffiemachines. Verder is in voetnoot 2 bij artikel 40 van de cao verduidelijkt dat het bij het bepalen van de duur van een rit gaat om ‘de afwezigheidsduur van de standplaats’. Die moet langer zijn dan vier uur om voor een kostenvergoeding in aanmerking te komen. Ook daaruit blijkt dat het kosten betreft die worden gemaakt omdat zodanig lang geen gebruik kan worden gemaakt van (kosteloze) alternatieven dat een werknemer wel genoodzaakt is om kosten te maken voor eten, drinken en wc-bezoek. Uit artikel 40 van de cao valt niet op te maken dat onder ‘rit’ slechts moet worden verstaan één bezorging van de ene plaats naar de andere. Gezien lid 2 van artikel 69 van de cao bedraagt de minimumvakantietoeslag per kalenderjaar voor alle werknemers van 22 jaar en ouder ten minste 104% van het ‘in de vierde betalingsperiode van het lopende kalenderjaar geldende loon’, respectievelijk ‘ten minste 96% van het loon over de maand april van het lopende kalenderjaar bij maandbetaling, behorende bij schaal D trede 1’ en ingevolge het derde lid naar evenredigheid als de werknemer niet het gehele jaar in dienst is geweest. Dat betekent dat werknemers aanspraak kunnen maken op een minimumbedrag aan vakantietoeslag als dat meer bedraagt dan het bedrag aan vakantietoeslag berekend conform artikel 69 lid 1 van de cao (kort gezegd 8% van het jaarloon), eventueel pro rata. Het verweer van Deliveroo slaagt dan ook niet.

Verrekening met bonus

Deliveroo voert terecht aan dat werknemers bij de berekening van wat zij nog te vorderen hebben geen rekening hebben gehouden met bonussen die zijn uitgekeerd. In artikel 1 van de cao is immers overeengekomen dat de bepalingen in de cao een standaardkarakter hebben, ‘tenzij anders is aangegeven’. In de cao is over het uitkeren van bonussen niets opgenomen, zodat – als ook in laatste instantie wordt geoordeeld dat de cao van toepassing is op de arbeidsovereenkomsten tussen partijen – het beding op grond waarvan Deliveroo bonussen heeft uitgekeerd in strijd is met de standaard-cao. De bonussen mogen derhalve worden verrekend met de eventueel nog aan werknemers uit te keren bedragen. Werknemers zullen aan de hand van het voorgaande opnieuw een berekening moeten maken van hun vorderingen.