Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 13 juli 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:10864
Feiten
Sogeti Nederland B.V. heeft op 13 december 2021 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aangeboden aan werknemer, met als datum van indiensttreding 1 maart 2022 en een proeftijd van twee maanden. Op 15 december 2021 is werknemer gestart met een Pre Employment Screening (PES), als onderdeel waarvan werknemer diezelfde dag een VOG heeft aangevraagd. Op 27 december 2021 heeft werknemer de arbeidsovereenkomst ondertekend. In de periode tussen 10 januari en 25 januari heeft werknemer meermaals contact gehad met collega’s via Teams en e-mail, onder andere over kennismaking en het samenstellen van een team bij een potentiële klant. Op 18 februari 2022 heeft werknemer bericht gekregen dat de PES is afgerond. Op 1 maart 2022 is werknemer bij Sogeti in dienst getreden en vanaf 3 maart 2022 is hij ingezet bij een opdracht. Op 22 maart 2022 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen werknemer en medewerkers van Sogeti, waarin aan werknemer is medegedeeld dat zijn inzet bij de opdracht per direct wordt beëindigd. Op 28 maart 2022 heeft Sogeti werknemer in een gesprek medegedeeld dat zijn arbeidsovereenkomst met een beroep op de proeftijd met onmiddellijke ingang wordt beëindigd in verband met het niet voldoen aan de eisen en competenties. Werknemer verzoekt onder meer vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst.
Oordeel
Werknemer stelt zich op het standpunt dat hij al voor de indiensttredingsdatum begonnen is met het verrichten van de bedongen arbeid, waardoor de proeftijd al op 15 december 2021 of op 11 januari 2022 is aangevangen. De kantonrechter stelt vast dat werknemer is aangenomen voor een functie waarin hij gespecialiseerd dient te zijn in het ontwikkelen van applicaties en in staat dient zijn om de klant te adviseren over development en strategie. Deze werkzaamheden vormen dus de bedongen arbeid. Dat werknemer op 15 december 2021 is gestart met de PES en in dat kader een VOG heeft aangevraagd, kwalificeert niet als het verrichten van de bedongen arbeid. Sogeti heeft door het doorlopen van de PES geen inzicht kunnen verkrijgen in de geschiktheid van werknemer voor de functie. Volgens Sogeti zijn de werkzaamheden die werknemer op 11 januari 2022 en na die datum heeft verricht, erop gericht om de opdrachtgever inzicht te geven in de kracht van het team en dus te beschouwen als werkzaamheden ter voorbereiding op het verrichten van de arbeid bij die potentiële klant. Naar het oordeel van de kantonrechter vallen deze werkzaamheden, hoewel ze niet tot de kern van de bedongen arbeid behoren, wel onder de functie van werknemer. Verder acht de kantonrechter relevant dat de tijd die werknemer aan het gesprek met de klant en de overige genoemde werkzaamheden heeft besteed, beperkt is. Ook heeft werknemer geen beloning voor de gewerkte uren ontvangen. Dit brengt mee dat Sogeti zich voorafgaand aan 1 maart 2022 geen beeld heeft kunnen vormen van de kwaliteiten van werknemer. Pas op 1 maart 2022 heeft werknemer voor het eerst toegang gekregen tot de systemen van Sogeti en zijn de diverse bedrijfsmiddelen tot zijn beschikking gesteld. De arbeidsovereenkomst is dus binnen de overeengekomen proeftijd opgezegd. Werknemer heeft verder gesteld dat Sogeti hem heeft toegezegd dat zij het loon tot het einde van de maand maart 2022 aan hem zou betalen. Ondanks die toezegging heeft Sogeti het loon over die dagen niet uitbetaald. De eindafrekening, op grond waarvan aan werknemer € 83,64 is betaald, is daarmee volgens werknemer onjuist. Werknemer heeft echter de eindafrekening niet verstrekt, waardoor niet is vast te stellen of zij onjuist is. De vordering is aldus niet toewijsbaar. Ook is niet gebleken dat Sogeti ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, zodat werknemer geen recht heeft op billijke vergoeding. De verzoeken tot schadevergoeding wegens reputatieschade en tot het bieden van eerlijke en evenredige kansen zijn niet (voldoende) onderbouwd en zullen worden afgewezen.