Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Aannemers- en Handelsbedrijf Bosch, Bosch & Bosch B.V.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 19 juli 2022
ECLI:NL:GHARL:2022:6180
Op de arbeidsovereenkomst is tot 1 januari 2019 de Cao Bouw en Infra van toepassing en vanaf 1 januari 2019 de Cao Hoveniersbedrijf. Werknemer vindt dat werkgever hem te weinig salaris heeft betaald en de cao’s niet goed heeft toegepast. In hoger beroep gaat het alleen nog om de reisurenvergoeding.

Feiten

Werknemer is van 1 maart 2018 tot en met 28 oktober 2019 in dienst geweest bij Aannemers- en handelsbedrijf Bosch, Bosch & Bosch B.V. (hierna: BBB). Op zijn arbeidsovereenkomst was tot 1 januari 2019 de collectieve arbeidsovereenkomst Bouw&Infra van toepassing en vanaf 1 januari 2019 de collectieve arbeidsovereenkomst voor het Hoveniersbedrijf. Werknemer vindt dat BBB hem te weinig salaris heeft betaald en de cao’s niet goed heeft toegepast. Werknemer heeft bij de kantonrechter een aantal vorderingen ingesteld. De kantonrechter heeft zijn vorderingen gedeeltelijk toegewezen. Werknemer is het met de gedeeltelijke afwijzing van twee van zijn vorderingen niet eens, te weten de vordering tot betaling van de niet genoten vakantiedagen en de reisurenvergoeding. Tijdens de zitting heeft werknemer het hoger beroep tegen de afwijzing van de eerste vordering ingetrokken. Het gaat nu dus nog alleen om de vordering tot betaling van de reisurenvergoeding.

Oordeel

Beslissingen over de procedure

BBB heeft bezwaren ingediend tegen (a) een brief met een bewijsaanbod en een eiswijziging, die de advocaat van BBB niet binnen de tiendagentermijn heeft bereikt, (b) het tijdens de mondelinge behandeling indienen van een nieuwe grief door werknemer, waardoor de grief te laat was ingediend en (c) tegen het feit dat werknemer na de mondelinge behandeling nog gelegenheid kreeg om zijn vordering te specificeren. Het hof beslist dat de brief met productie wel als processtuk wordt aanvaard, omdat het een kort en makkelijk te doorgronden stuk is. De nieuwe grief 3 is tardief, waardoor het hof deze grief niet zal behandelen. Ten aanzien van de nadere specificatie oordeelt het hof dat een nadere uitwerking noodzakelijk is om goed over de zaak te kunnen oordelen.

Beslissing over de vordering

Naar het oordeel van het hof valt de vordering uiteen in twee posten, te weten de uren over 2018 volgens de cao Bouw&Infra en de uren over 2019 volgens de cao Hoveniersbedrijf. Werknemer onderbouwt zijn vordering in hoger beroep met een overzicht “Reiskosten werknemer”. Daarin staat een overzicht per maand van de reisuren die werknemer volgens hem heeft gemaakt. Werknemer heeft tijdens de zitting toegelicht dat Google Maps een ritgeschiedenis bijhoudt. Daaruit valt op te maken hoe laat je ergens vertrekt en hoe laat je ergens terugkomt. BBB vindt dat het stuk om diverse redenen niet kan dienen als bewijs van gemaakte reisuren. Daarnaast stelt BBB dat de berekening die werknemer aan de hand van het stuk heeft gemaakt ondeugdelijk en niet controleerbaar is. Het hof is het hier mee eens. Werknemer heeft de berekening die hij heeft gemaakt aan de hand van het overzicht echter onvoldoende onderbouwd. Tijdens de mondelinge behandeling is werknemer voorgehouden dat in de memorie van grieven uitgewerkt had moeten worden hoe het overzicht, met toepassing van de cao-bepalingen, zich liet vertalen in het aantal gevorderde reisuren en het gevorderde bedrag. Het hof wijst de vordering van werknemer af, omdat hij deze niet voldoende heeft onderbouwd. Daardoor komt het hof niet toe aan het bewijsaanbod dat werknemer heeft gedaan. Het hoger beroep slaagt niet en het hof bekrachtigt het bestreden vonnis.