Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/ Stitch Heads B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Breda), 26 oktober 2022
ECLI:NL:RBZWB:2022:6334
Vordering betaling achterstallig loon toegewezen. Werkgever is niet gevolgd in zijn standpunt dat werknemer niet arbeidsongeschikt was. De overige periode van niet werken komt voor rekening en risico van werkgever.

Feiten

Werknemer is vanaf 2 februari 2020 in dienst geweest bij Stitch Heads B.V., eerst door middel van een stage en aansluitend op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Op 28 april 2021 heeft werknemer zijn leidinggevende bericht dat hij onderweg is naar de dokter omdat hij zich niet goed voelt. Werknemer heeft op 29 april 2021 de huisarts bezocht en heeft toen een verklaring van arbeidsongeschiktheid meegekregen met het bericht dat hij vermoedelijk arbeidsongeschikt is tot 12 mei 2021. Op 13 mei 2021 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen partijen, waarbij aan werknemer te kennen is gegeven dat zijn arbeidsovereenkomst niet zal worden verlengd en is hem een beëindigingsvoorstel gedaan. De gemachtigde van werknemer heeft laten weten dat werknemer de vaststellingsovereenkomst niet kan tekenen. Partijen hebben hierna discussie gehad over de werkhervatting van werknemer. Op 24 mei 2021 heeft werknemer meegewerkt aan beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Stitch Heads heeft het loon van werknemer over 28 april 2021 alsmede over de periode van 14 mei 2021 tot en met 21 mei 2021 niet betaald. Werknemer vordert onder meer betaling van achterstallig loon.

Oordeel

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Werknemer woont in het buitenland, waardoor de zaak een internationaal karakter heeft. Nu Stitch Heads is gevestigd in Breda is de kantonrechter te Breda bevoegd om van de vorderingen van werknemer kennis te nemen. Bovendien heeft Stitch Heads een tegenvordering ingesteld bij het gerecht waarvoor de oorspronkelijke vordering is gebracht. Dit maakt dat de kantonrechter te Breda ook bevoegd is om kennis te nemen van de vordering van Stitch Heads. Partijen zijn tevens overeengekomen dat Nederlands recht van toepassing is op de arbeidsovereenkomst.

Achterstallig loon

Met betrekking tot 28 april 2021 is tussen partijen in geschil of werknemer zich bij Stitch Heads ziek heeft gemeld. Vast staat dat werknemer op 28 april 2021 om 08:33 uur, en dus vóór 09:00 uur zoals artikel 7.1 van de arbeidsovereenkomst voorschrijft, heeft laten weten dat hij naar de dokter ging. Hieruit heeft Stitch Heads moeten begrijpen dat werknemer zich ziek meldde. Stitch Heads betwist verder dat werknemer op 28 april 2021 daadwerkelijk arbeidsongeschikt was, maar de kantonrechter volgt haar daarin niet. Het had op de weg van Stitch Heads gelegen om bij twijfels over de arbeidsongeschiktheid direct een bedrijfsarts in te schakelen. Dat heeft zij niet gedaan. Stitch Heads is aldus loon over 28 april 2021 verschuldigd. Ook is Stitch Heads loon verschuldigd over de periode 14 mei tot en met 21 mei 2021. Partijen hebben in deze periode met elkaar gesproken over de beëindigingsovereenkomst, waar vrijstelling van werk een onderdeel van uitmaakte. Werknemer heeft niet met dit voorstel ingestemd en heeft laten weten bereid te zijn om werk te verrichten. Hierna heeft werknemer meerdere malen gevraagd of hij op kantoor werd verwacht. Pas op 21 mei 2021 om 13:18 is het aan werknemer duidelijk gemaakt dat hij op kantoor diende te verschijnen. Omdat de reistijd van werknemer meer dan 2 uur is, kon niet van hem worden verlangd dat hij diezelfde dag nog op kantoor zou verschijnen. Het gevorderde bedrag aan achterstallig loon wordt toegewezen. Stitch Heads beroept zich op verrekening met te veel betaald loon, nu werknemer minder uren zou hebben gewerkt dan waar hij op grond van de arbeidsovereenkomst toe verplicht was, maar de kantonrechter passeert dit beroep met verwijzing naar artikel 6:136 BW. Tot slot vordert Stitch Heads in reconventie terugbetaling van € 1.870,80 bruto, nu werknemer 192 uur aan arbeid niet zou hebben verricht. Naar het oordeel van de kantonrechter had Stitch Heads eerder kunnen opmerken dat werknemer een beweerdelijk groot aantal uur geen arbeid heeft verricht en werknemer hierop kunnen aanspreken. Niet is gebleken dat zij dat heeft gedaan. Gelet daarop is de kantonrechter van oordeel dat voor zover er te weinig uren zouden zijn gewerkt, dat voor rekening en risico van Stitch Heads moet komen. De vordering van Stitch Heads moet dan ook worden afgewezen.