Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 9 november 2022
ECLI:NL:RBAMS:2022:6415
Feiten
Werkneemster is op 1 oktober 2012 in dienst getreden bij HR Europe B.V. (hierna: Hillrom). Werknemer is per 23 mei 2019 benoemd tot statutair bestuurder van Hillrom. In de arbeidsovereenkomst is bepaald dat werkneemster in aanmerking komt voor een jaarlijkse bonus (BIG-bonus) en voor deelname aan het plan, waarbij jaarlijks RSU’s (Restricted Stock Units) kunnen worden toegekend. RSU’s zijn voorwaardelijk toegekende gratis aandelen waarvan de eigendom pas op de werknemer overgaat voor zover de werknemer aan bepaalde voorwaarden voldoet. In april 2021 is werkneemster door haar leidinggevende aangesproken op haar functioneren als manager. Kort daarna heeft zij zich ziekgemeld. Op 9 juli 2021 hebben partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten. Op 13 december 2021 is Hillrom US, de moedermaatschappij, overgenomen door Baxter International. Vervolgens heeft Fidelity Investments (hierna: Fidelity), degene die namens Hillrom US het plan uitvoerde, alle door werkneemster gehouden RSU’s omgezet in aandelen en de waarde van die aandelen, te weten $ 2.129.670,08 aan werkneemster toegekend. Kort daarna heeft Fidelity de omzetting in aandelen van een gedeelte van de RSU’s teruggedraaid en deze RSU’s vervallen verklaard, zodat het aan werkneemster toegekende bedrag neerkwam op $ 1.917.514,32. Werkneemster vordert veroordeling van Hillrom tot betaling van € 131.969,34 voor vervallen verklaarde RSU’s, vermeerderd met de wettelijke rente.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkneemster baseert haar vordering tot betaling van € 131.969,34 subsidiair op wanprestatie. Volgens werkneemster is Hillrom tekortgeschoten in de nakoming van de VSO, omdat zij Fidelity heeft geïnstrueerd om de omzetting van de aan haar toegekende RSU’s terug te draaien, waarna de RSU’s vervallen zijn verklaard. Werkneemster stelt dat zij daardoor € 131.969,34 aan schade heeft geleden. Hillrom betwist dat zij degene is geweest die Fidelity heeft geïnstrueerd de omzetting van de RSU’s terug te draaien en zij betwist het door werkneemster gestelde causaal verband. Zij heeft toegelicht dat zij Hillrom US en Fidelity alleen heeft gewezen op het feit dat niet slechts een gedeelte, maar alle RSU’s van werkneemster waren omgezet. Volgens Hillrom heeft Hillrom US vervolgens zelf Fidelity aangestuurd om die toekenning terug te draaien. Daarnaast bepleit Hillrom dat ook indien zij geen contact had opgenomen met Hillrom US en Fidelity, de omzetting van dit deel van de RSU’s aan werkneemster was teruggedraaid. Volgens Hillrom is het de heer John A. – vicepresident Total Rewards bij Hillrom US (hierna: A.) – geweest die heeft besloten de omzetting van de aan werkneemster toegekende RSU’s terug te draaien. A. was vanuit Hillrom US betrokken bij de onderhandelingen over de VSO. Het is immers niet Hillrom zelf, maar Hillrom US die over de RSU’s en de aandelen gaat. Werkneemster heeft deze door Hillrom gestelde gang van zaken onvoldoende weersproken. Daarmee is het causaal verband tussen het handelen van Hillrom en de door werkneemster geleden schade niet komen vast te staan. De vordering van werkneemster kan dan ook niet worden toegewezen op basis van wanprestatie. Dit alles betekent dat de vordering van werkneemster tot betaling van € 131.969,34 wordt afgewezen. Ook de vordering tot het treffen van maatregelen wordt afgewezen.