Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Lelystad), 16 februari 2022
ECLI:NL:RBMNE:2022:3249
Feiten
Werknemer is op 1 oktober 2020 in dienst getreden bij werkgeefster. Werkgeefster maakt voor haar personeelsadministratie gebruik van ‘Youforce’. Op 18 november 2020 is de status van X, een medewerkster die uit dienst was, in Youforce met terugwerkende kracht veranderd naar ‘in dienst’. Het rekeningnummer van X is gewijzigd. Als gevolg van deze wijzigingen heeft werkgeefster op 24 november 2020 € 31.157,66 aan vermeend achterstallig salaris betaald op rekeningnummer 1. De ING bank heeft werkgeefster bericht dat het rekeningnummer te herleiden is naar een persoon die gerechtigd is tot een ander rekeningnummer, rekeningnummer 2. Dit is het rekeningnummer waar werkgeefster het salaris van werknemer gebruikelijk naar overmaakte. Bij brief van 1 december 2020 is werknemer op staande voet ontslagen wegens (onder meer) diefstal/verduistering/fraude. Werknemer heeft zich niet verweerd tegen het ontslag op staande voet. Werkgeefster heeft op 1 december 2020 aangifte gedaan bij de politie van fraude. Werkgeefster heeft op 17 februari 2021 beslag gelegd op de bankrekening (rekeningnummer 1). ING heeft bij brief van 29 april 2021 bekendgemaakt dat de rekening toebehoort aan de ex-vriendin van werknemer. Werkgeefster vordert betaling van € 31.157,66.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt dat werkgeefster voldoende heeft onderbouwd dat de persoonsgegevens (op onjuiste wijze) zijn gewijzigd met het account van werknemer. De stelling van werknemer dat het mogelijk is dat de gegevens van Youforce zijn vervalst, is door werknemer niet verder toegelicht dan wel onderbouwd. Dat de persoonsgegevens van X zijn gewijzigd met het Youforce-account van werknemer staat daarmee voldoende vast. Dat het account van werknemer daar niet voor gebruikt mocht worden, zoals werknemer lijkt te stellen, maakt dit niet anders. De stelling dat werknemer de gegevens niet kan hebben aangebracht, omdat hij op dat moment in de tram zou hebben gezeten, is onvoldoende onderbouwd. Ook de stelling van werknemer dat mogelijk iemand anders de wijzigingen heeft doorgevoerd, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Nu verder vaststaat dat de wijziging van de persoonsgegevens van X heeft geleid tot de betaling van € 31.157,66 op het rekeningnummer van de ex-vriendin, is sprake van onrechtmatig handelen. Werknemer is daarom hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die werkgeefster ten gevolge van het onrechtmatig handelen heeft geleden. De ex-vriendin is bij verstek veroordeeld en eveneens hoofdelijk aansprakelijk.