Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 15 november 2022
ECLI:NL:GHDHA:2022:2202
Feiten
Werknemer is met ingang van 7 november 2017 in dienst getreden van werkgeefster. Op de overeenkomst is de cao voor het Slagersbedrijf en de cao Sociale Fondsen Slagersbedrijf van toepassing. Uit hoofde van zijn functie fungeerde werknemer als ‘tweede man’ binnen het bedrijf van werkgeefster. Op de dagen dat werkgeefster zelf niet aanwezig was, droeg werknemer zorg voor het opmaken van de kas aan het einde van de dag. Het kassasysteem van werkgeefster werkt met minbonnen. Een medewerker kan gebruikmaken van minbonnen als hij/zij – kort gezegd – een foutieve aanslag doet tijdens het helpen van klanten en dit ontdekt als de desbetreffende bon al is afgesloten, of wanneer er een korting wordt verleend op eigen boodschappen van een medewerker. Om de kassa sluitend te krijgen, moeten de minbonnen worden bewaard en administratief worden verwerkt. Werknemer heeft geruime tijd vele minbonnen aangeslagen zonder dat daartoe een reden was. De minbonnen heeft hij weggegooid. Werknemer deed dit op de dagen dat werkgeefster er niet was en hij aan het eind van de dag de kassa moest opmaken. Op 28 juli 2021 heeft werknemer zich ziekgemeld. Hij is op 26 augustus 2021 gezien door een bedrijfsarts die heeft geconstateerd dat er geen sprake was van ziekte of gebrek, maar wel van een arbeidsconflict. Werkgeefster heeft het loon van werknemer doorbetaald tot en met augustus 2021. Daarna is de loonbetaling gestopt. De kantonrechter heeft in eerste aanleg de arbeidsovereenkomst ontbonden op de e-grond. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft werknemer niet aannemelijk gemaakt dat hij de minbonnen op instructie van werkgeefster heeft aangeslagen. Daarmee staat vast dat hij een bedrag van ten minste € 44.242,11 uit de kas heeft weggenomen. De voorwaardelijke verzoeken van werknemer tot toekenning van een transitievergoeding en een billijke vergoeding heeft de kantonrechter afgewezen. Verder heeft de kantonrechter geoordeeld dat werknemer geen belang heeft bij zijn artikel 843a Rv-verzoek. Tot slot heeft de kantonrechter het verzoek van werknemer tot betaling van achterstallig loon afgewezen. In hoger beroep heeft werknemer verzocht de beschikking van de kantonrechter te vernietigen. Werknemer heeft in plaats van herstel van de arbeidsovereenkomst verzocht om toekenning van een billijke vergoeding ten bedrage van € 283.530,60 bruto.
Oordeel
Bewijslevering
Tussen partijen staat vast dat werknemer (voor een aanzienlijk bedrag) minbonnen op de kassa heeft aangeslagen en dat hij deze minbonnen niet aan werkgeefster heeft overhandigd. Werknemer heeft evenwel betwist dat hij de geldelijke tegenwaarde van de minbonnen heeft weggenomen. Deze stelling dient werkgeefster derhalve te bewijzen. Naar het oordeel van het hof is werkgeefster voorshands (voorlopig) geslaagd in dit bewijs en is het aan werknemer om tegenbewijs te leveren. Werknemer heeft erkend dat hij voor een aanzienlijk bedrag aan minbonnen heeft aangeslagen, zonder dat daarvoor een zakelijke reden bestond. Er was geen sprake van foutieve kassa-aanslagen die moesten worden gecorrigeerd of van het verwerken van personeelskortingen. Volgens werknemer heeft hij de minbonnen aangeslagen op instructie van werkgeefster omdat zij behoefte had aan contant geld om het personeel af en toe zwart te kunnen betalen. Werkgeefster heeft echter ontkend dat werknemer op haar instructie handelde. Voorts heeft werknemer ook minbonnen aangeslagen op naam van andere medewerkers, zonder daarvoor een afdoende reden op te geven. Naar het oordeel van het hof doet het zonder zakelijke reden aanslaan van minbonnen vermoeden dat het werknemer erom te doen was om geld weg te nemen. Werknemer stelt weliswaar dat hij de geldelijke tegenwaarde van de minbonnen altijd in de kluis van werkgeefster heeft gelegd, maar ook dat wordt door werkgeefster bestreden. Gesteld dat werkgeefster behoefte had aan een zwarte geldstroom, dan is het voor het hof niet direct duidelijk waarom werkgeefster daarvoor werknemer inschakelde en waarom werknemer bereid was daaraan mee te werken, hoewel deze handelwijze voor hem persoonlijk risicovol zou kunnen zijn. Naar het oordeel van het hof ligt het op de weg van werknemer om zijn stellingen nader met bewijs te onderbouwen, zodat hij het door werkgeefster geleverde bewijs kan ontzenuwen. Werknemer heeft een bewijsaanbod gedaan tot het horen van getuigen. Daarnaast is tijdens de mondelinge behandeling aan de orde geweest dat de financiële administratie van werkgeefster nadere informatie zou kunnen geven over de gang van zaken met de minbonnen. Werknemer hoopt in die administratie aanknopingspunten te vinden voor bewijslevering. Werkgeefster heeft te kennen gegeven er geen probleem mee te hebben deze administratie in het geding te brengen. Het hof zal werknemer in de gelegenheid stellen zich bij akte erover uit te laten hoe hij het tegenbewijs wenst te leveren en in hoeverre hij inzage zou willen hebben in de financiële administratie van werkgeefster en welke stellingen daarmee onderbouwd kunnen worden. Partijen wordt verzocht daarover in overleg te treden.
Recht op loon
Het hof zal de vraag of in deze situatie de oorzaak van het niet-presteren van werknemer in redelijkheid voor rekening van werknemer behoort te komen, nu nog niet beantwoorden. Het hof merkt slechts op dat in zijn algemeenheid geldt dat de enkele omstandigheid dat tussen partijen een arbeidsconflict bestaat, niet voor risico van de werknemer komt, in die zin dat de werkgever de betaling van loon zou kunnen stopzetten gedurende de periode dat sprake is van een arbeidsgeschil. Bijkomende omstandigheden zouden dit echter anders kunnen maken. Nadat de bewijslevering over het al dan niet wegnemen van geld heeft plaatsgevonden, zal het hof beslissen of er in dit geval dergelijke bijkomende omstandigheden aanwezig zijn.