Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 22 november 2022
ECLI:NL:RBGEL:2022:6698
Onterecht gegeven ontslag op staande voet. Geen dringende reden. Werknemer zou 'grote mond' hebben, maar dat is niet vast komen te staan. Verzoek betaling achterstallig salaris toegewezen.

Feiten 

Werknemer is sinds 13 december 2021 op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor de duur van 12 maanden in dienst bij werkgever als schilder/spuiter van boten. Werknemer heeft op 18 augustus 2022 aangifte gedaan wegens mishandeling en heeft geen loon meer ontvangen over de periode vanaf 1 augustus 2022. Werknemer verzoekt de vernietiging van zijn ontslag op staande voet en de betaling van zijn salaris. 

Oordeel 

Werknemer stelt dat het ontslag op staande voet op 17 augustus 2022 is gegeven. Uit de processtukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling aan de orde is gekomen, volgt echter dat dit ontslag weer is teruggedraaid. Werknemer is op 18 augustus 2022 ook weer gaan werken en heeft tijdens de middagpauze met de heer X afspraken gemaakt over hoe de arbeidsovereenkomst voortgezet zou worden. Vervolgens is werknemer op 18 augustus 2022 opnieuw op staande voet ontslagen. Daarom gaat de kantonrechter er op basis van het voorgaande van uit dat het ontslag op staande voet op 18 augustus 2022 mondeling is gegeven. Vervolgens is de vraag of het op 18 augustus 2022 gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is. De kantonrechter overweegt als volgt. Werkgever heeft werknemer op 18 augustus 2022 ontslagen. Uit het proces-verbaal en hetgeen is toegelicht volgt dat daarbij als reden is gegeven dat werknemer niet meer zo’n grote mond moest hebben. Nog daargelaten de vraag of het hebben van een grote mond, zonder dat dit nader gespecificeerd is, een dringende reden voor ontslag op staande voet oplevert, betwist werknemer dat hij een grote mond had. Aldus komt niet vast te staan dat sprake was van een dringende reden voor ontslag op staande voet. Voor zover ook de op 17 augustus 2022 genoemde redenen, te weten dat werknemer iedere dag te laat kwam, dat hij een grote mond had en dat hij agressief gedrag vertoond had, aan het ontslag op staande voet ten grondslag zouden liggen, zijn ook deze redenen door werknemer betwist en niet nader onderbouwd. Daar komt nog bij dat het ontslag op staande voet op 18 augustus 2022 weer is ingetrokken en niet is gesteld of gebleken dat zich nadien iets heeft voorgedaan dat opnieuw een ontslag op staande voet opleverde. Ook hieruit volgt geen dringende reden voor ontslag op staande voet. Het verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet wordt daarom toegewezen. Het verzoek tot de betaling van het salaris van € 2.281,00 bruto per maand, te vermeerderen met de vakantiebijslag en overige emolumenten over de periode vanaf 1 augustus 2022 tot het moment dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd wordt ook toegewezen.