Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/ Magnaversum BI Services B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 17 november 2022
ECLI:NL:RBNHO:2022:10304
Een concurrentiebeding is niet bedoeld om werknemers te binden. Werkgeefster heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij een bijzonder belang heeft bij handhaving van het concurrentiebeding.

Feiten

Werkneemster is op 1 juni 2021 bij Magnaversum in dienst getreden. Magnaversum is een bedrijf in de business intelligence- en dataverwerkingbranche. In arbeidsovereenkomst staat een geheimhoudingsbeding en een concurrentie- en relatiebeding. Bij brief van 10 augustus 2022 heeft werkneemster haar arbeidsovereenkomst opgezegd per 1 oktober 2022 en heeft zij Magnaversum gevraagd om een lijst met concurrenten. Bij brief van 6 september 2022 heeft Magnaversum de ontslagname bevestigd en haar herinnerd aan de postcontractuele bedingen, waaronder het concurrentiebeding. Als bijlage is een lijst van concurrenten verstrekt, waarop onder andere X staat. Per brief d.d. 9 september 2022 heeft werkneemster aan Magnaversum geschreven dat zij overweegt bij X in dienst te treden en dat (en waarom) X geen concurrent van Magnaversum is. In een brief van 14 september 2022 heeft Magnaversum werkneemster laten weten dat zij geen toestemming geeft bij X in dienst te treden. Werkneemster wordt gevraagd haar standpunt dat X geen concurrent zou zijn, te onderbouwen. In een brief van 16 september 2022 heeft (de gemachtigde van) werkneemster toegelicht waarom X volgens haar geen concurrent is en waarom Magnaversum niets te vrezen heeft van haar indiensttreding bij X. In een brief van 20 september 2022 heeft Magnaversum haar standpunt over de toepasselijkheid van het concurrentiebeding en de studiekosten herhaald, waarna werkneemster deze procedure is gestart tot het geheel of gedeeltelijk schorsen van het concurrentiebeding.

Oordeel

De vraag die moet worden beantwoord is of een indiensttreding van werkneemster bij X een overtreding van het concurrentiebeding oplevert. De kantonrechter is voorshands van oordeel dat dit het geval is. Vooralsnog staat voldoende vast dat Magnaversum zich met businessconsultancy bezighoudt. Dat X zich – naast businessconsultancy – ook bezighoudt met data-engineering, leidt de kantonrechter af uit haar doelomschrijving in het KvK-uittreksel en het feit dat Y ter zitting heeft toegelicht dat X, hoewel zij voor de technische werkzaamheden vaak andere partijen inhuurt, zelf ook mensen wil gaan aannemen om bij het technische deel te ondersteunen. Het mag zo zijn dat de nadruk bij X (veel) méér ligt op consultancy en bij Magnaversum op de technische aspecten van dataverwerking, maar dat neemt niet weg dat beide bedrijven actief zijn in de dataverwerkingsbranche en zij allebei werkzaamheden verrichten op het gebied van zowel consultancy als IT. Daarmee exploiteert X wellicht niet eenzelfde bedrijf, maar wel ‘similar or related’ aan dat van Magnaversum.  Naar het (voorlopig) oordeel van de kantonrechter heeft Magnaversum echter onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij een bijzonder belang heeft bij handhaving van het concurrentiebeding. De kantonrechter acht niet aannemelijk dat werkneemster over belangrijke concurrentiegevoelige informatie van Magnaversum beschikt waarmee zij Magnaversum kan beconcurreren en welke informatie niet al beschermd wordt door het geheimhoudings- en relatiebeding dat van toepassing blijft. Het enkele feit dat werkneemster bij Magnaversum enige kennis en ervaring heeft opgedaan, betekent nog niet dat Magnaversum bij het vertrek van werkneemster naar een concurrent in haar bedrijfsdebiet wordt aangetast. Voor wat betreft het belang van Magnaversum dat zij aanzienlijk in werkneemster heeft geïnvesteerd en dat zij deze investering door het vertrek van werkneemster niet kan ‘terugverdienen’, geldt dat een concurrentiebeding niet is bedoeld om werknemers te binden. Tegenover de door Magnaversum aangevoerde belangen staat het (evidente) belang van werkneemster bij een vrije keuze van arbeid. De kantonrechter schorst het concurrentiebeding.