Rechtspraak
Rechtbank Overijssel (Locatie Enschede), 12 december 2022
ECLI:NL:RBOVE:2022:3719
Feiten
Werknemer is op 1 juli 2020 voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij werkgever in de functie van junior Vastgoedconsultant. In de arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding en een boetebeding opgenomen. Tussen december 2021 en mei 2022 hebben werkgever en werknemer onderhandelingen gevoerd over eventueel partnerschap bij werkgever. Dit heeft niet geleid tot overeenstemming. Werknemer heeft vanaf zijn huisadres de complete gegevens van werkgever gedownload. Bij brief van 24 juni 2022 heeft werknemer zijn ontslag ingediend per 1 augustus 2022. Op 16 augustus 2022 hebben partijen een schikking getroffen waarin onder andere is opgenomen dat werknemer zegt het concurrentiebeding en de relatielijst te zullen respecteren. Per 1 september 2022 is werknemer via een eigen bv gaan werken voor X. Werkgever vordert werknemer te verbieden het concurrentiebeding te overtreden. Werknemer vordert schorsing van het concurrentiebeding.
Oordeel
Het belang van werkgever bij handhaving is naar het oordeel van de voorzieningenrechter evident. Daarbij is van belang dat de onderneming X moet worden beschouwd als een directe concurrent van werkgever, voor zover het betreft de markt voor bedrijfsmakelaardij in Twente. Beide bedrijven houden kantoor in dezelfde plaats en hebben vergelijkbaar vastgoed in de portefeuille. Verder is aannemelijk dat werknemer tijdens zijn dienstverband bij werkgever inzage heeft gehad in alle, althans veel concurrentiegevoelige informatie. Van oneigenlijk gebruik van het beding, omdat werkgever teleurgesteld is over het vertrek van werknemer, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake. Tegenover het belang van werkgever staat het belang van werknemer om niet te worden beperkt in zijn recht op vrije arbeidskeuze. Bij de weging daarvan speelt een rol dat werknemer, gelet op zijn opleidings- en werkniveau, geacht moet worden het beding welbewust te zijn aangegaan. Ook is relevant dat hij zelf zijn arbeidsovereenkomst wilde beëindigen. De kantonrechter kan een positieverbetering niet eenvoudig vaststellen. Werknemer is nu immers werkzaam als zelfstandige en het ontvangen maandelijks bedrag is dan weliswaar hoger dan zijn maandsalaris was, maar voorziet niet in aanspraak op werknemersverzekeringen of opbouw van pensioenrechten. De kantonrechter acht het niet waarschijnlijk dat de bodemrechter zal oordelen dat werknemer onbillijk wordt benadeeld door handhaving van het concurrentiebeding. De vordering tot schorsing van het concurrentiebeding wordt daarom afgewezen. De vraag is vervolgens of werknemer het concurrentiebeding overtreedt. Dat is het geval. X is aan te merken als een directe concurrent van werkgever, nu zij beide actief zijn op de markt voor bedrijfsmakelaardij in Twente. Werknemer wordt veroordeeld tot het betalen van een boete van € 5.500.