Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/INTER MARCHE B.V. c.s.
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 1 december 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:13233
Overgang van onderneming van Poolse winkel. Tussentijdse opzegging van de arbeidsovereenkomst. Vergoeding wegens onregelmatige opzegging, transitievergoeding, billijke vergoeding, achterstallig loon, niet-genoten vakantie-uren en vakantiebijslag.

Feiten 

Werkneemster is op 1 februari 2021 voor de duur van één jaar in dienst getreden bij Zabka, een Poolse winkel in Den Haag. Werkneemster heeft steeds dertig uur per week gewerkt. Na 31 januari 2022 is werkneemster op dezelfde wijze als voorheen blijven werken. Werkneemster heeft op 24 februari 2022 een arbeidsovereenkomst ondertekend met Inter Marche. Inter Marche exploiteert dezelfde Poolse Winkel. In de arbeidsovereenkomst staat dat werkneemster voor de duur van één jaar in dienst is getreden bij Inter Marche. Op 3 april 2022 heeft werkneemster zich ziek gemeld. Bij brief van 14 april 2022 heeft Inter Marche aan werkneemster bericht dat de arbeidsovereenkomst niet wordt verlengd en dat de huidige functie van werkneemster komt te vervallen waardoor er geen werkzaamheden meer voor werkneemster zullen zijn in de toekomst. Werkneemster verzoekt onder meer Inter Marche te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding, een transitievergoeding, een vergoeding voor onregelmatige opzegging, het achterstallig loon, niet-genoten vakantie-uren en vakantiebijslag. Werkneemster verzoekt ook Zabka te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding, het achterstallig loon, niet-genoten vakantie-uren en vakantiebijslag. Werkneemster heeft met Zabka een arbeidsovereenkomst gesloten. Nadien is er sprake geweest van een overgang van onderneming en is de arbeidsovereenkomst overgegaan op Inter Marche. Door Inter Marche is de arbeidsovereenkomst eenzijdig beëindigd zonder dat daarvoor een bevoegdheid voor Inter Marche bestond. Nu de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is beëindigd, is ernstig verwijtbaar handelen van Inter Marche gegeven. 

Oordeel 

Volgens de kantonrechter is sprake van een overgang van onderneming in de zin van artikel 7:622 BW, omdat de identiteit van de onderneming gelijk is gebleven: de aard van het werk, het pand, de inventaris, het personeel en de klantenkring zijn hetzelfde gebleven. Zabka blijft gedurende een jaar na de overgang naast Inter Marche hoofdelijk verbonden voor de nakoming van verplichtingen die zijn ontstaan voor de overgang van onderneming. Zabka heeft de informatieverplichting geschonden door werkneemster niet te informeren over het voorgenomen besluit tot overgang en de voorgenomen datum van overgang. De kantonrechter gaat ervan uit dat de overgang op 1 februari 2022 heeft plaatsgevonden. Op het moment van ondertekening van de arbeidsovereenkomst met Inter Marche was het voor werkneemster duidelijk dat Inter Marche haar werkgever was vanaf 1 februari 2022. De arbeidsovereenkomst van werkneemster bevat geen tussentijds opzegbeding. De tussentijdse opzegging door Inter Marche op 14 april 2022 is daarmee onrechtmatig en onregelmatig. De vergoeding wegens onregelmatige opzegging zal worden toegewezen. Ook wijst de kantonrechter een transitievergoeding toe. Zabka is niet aansprakelijk voor de betaling van de transitievergoeding omdat de verplichting tot betaling pas is ontstaan bij het ontslag en niet voor 1 februari 2022. Het tegen Zabka gerichte verzoek tot betaling van de transitievergoeding wordt daarom afgewezen. Inter Marche heeft ernstig verwijtbaar gehandeld door in strijd met de wet de overeenkomst voor bepaalde tijd tussentijds op te zeggen. De kantonrechter ziet aanleiding een billijke vergoeding van € 2.500 toe te kennen, omdat het inkomen van werkneemster plotseling wegviel in een periode dat werkneemster ook nog ziek was. Inter Marche wordt veroordeeld tot betaling van het achterstallig loon, de niet genoten vakantie-uren en vakantiebijslag. Zabka en Inter Marche worden veroordeeld in de proceskosten.