Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 15 december 2022
ECLI:NL:RBAMS:2022:7571
Feiten
Op 1 januari 2021 is werkneemster in dienst getreden bij de maatschap Tandartspraktijk Kanaalstraat. Smart Dent heeft door middel van overeenkomsten per 1 september 2021 de bedrijfsruimte en voor een tandartspraktijk relevante roerende zaken gehuurd van Tandartspraktijk Kanaalstraat en een klantenportefeuille van haar gekocht. Werkneemster heeft in september 2021 in de tandartspraktijk gewerkt. Op 1 oktober 2021 heeft werkneemster aan Smart Dent gemeld dat zij niet kan komen werken omdat zij corona heeft en in quarantaine moet. Daarna heeft ze meerdere keren gemeld dat ze nog niet kan komen werken door de nasleep van corona. Bij brief van 23 december 2021 aan Smart Dent heeft werkneemster zich beschikbaar gesteld voor werk omdat zij weer hersteld was. Werkneemster heeft sinds haar ziekmelding geen loon meer ontvangen en er is geen bedrijfsarts ingeschakeld. In een kortgedingvonnis van 24 februari 2022 is Smart Dent veroordeeld tot betaling van het loon. Op 29 maart 2022 heeft Smart Dent de buitengerechtelijke vernietiging ingeroepen van de overeenkomsten met Tandartspraktijk Kanaalstraat wegens dwaling en de tandartspraktijk gesloten. Werkneemster heeft bij de kantonrechter verzocht om Smart Dent te veroordelen tot wedertewerkstelling en tot betaling van salaris. De kantonrechter heeft deze verzoeken toegewezen. Smart Dent komt tegen de beschikking in hoger beroep.
Oordeel
Zowel in het kortgedingvonnis als in de beschikking waartegen Smart Dent nu in hoger beroep komt, is geoordeeld dat sprake is van overgang van onderneming waardoor Smart Dent per 1 september 2021 de werkgever is geworden van werkneemster. Smart Dent heeft deze juridische kwalificatie en dit oordeel in hoger beroep niet meer bestreden, zodat dit vaststaat. Smart Dent verzoekt aan het hof in feite ontheffing van de veroordeling door de kantonrechter tot het weer laten werken van werkneemster in de tandartspraktijk en van de veroordeling tot betaling van loon. Smart Dent beroept zich daarbij op de door haar ingeroepen buitengerechtelijke vernietiging van de overeenkomsten. Smart Dent stelt dat de vernietiging van de overeenkomsten met terugwerkende kracht tot gevolg heeft dat geen sprake is (geweest) van een overgang van onderneming waaruit voortvloeit dat zij geen werkgever is van werkneemster. Het hof overweegt dat Smart Dent onvoldoende onderbouwd heeft dat (de maten van) Tandartspraktijk Kanaalstraat zich heeft (hebben) neergelegd dan wel zullen neerleggen bij de buitengerechtelijke vernietiging van de overeenkomsten. Uit overgelegde e-mails blijkt in ieder geval het tegendeel. Van andere aanwijzingen dat door (de maten van) Tandartspraktijk Kanaalstraat wordt berust in de buitengerechtelijke vernietiging is niet gebleken. Uit de enkele omstandigheid dat (de maten van) Tandartspraktijk Kanaalstraat naar zeggen van Smart Dent (nog) geen rechtsmiddel heeft/hebben ingesteld, kan gelet op de overgelegde e-mails niet worden afgeleid dat zij berust(en) in de buitengerechtelijke vernietiging. De beschikking wordt bekrachtigd.