Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 8 december 2021
ECLI:NL:RBROT:2021:13683
Feiten
Werkneemster is op 1 juli 2021 bij Infinitascare B.V. (hierna: Infinitascare) in dienst getreden als ondersteunend begeleider op grond van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Op 6 augustus 2021 heeft werkneemster een herseninfarct gehad, waardoor zij arbeidsongeschikt geworden is en uitgevallen is voor haar werk. Daarnaast is bij werkneemster voor de derde maal een hernia geconstateerd, waaraan zij tot nu toe niet geopereerd is vanwege risico op complicaties. Werkneemster heeft haar werk niet kunnen hervatten. Werkneemster vordert in kort geding onder meer de betaling van haar achterstallige salaris.
Oordeel
Werkneemster dient uiterlijk twee dagen voor het einde van de kalendermaand, zon- en feestdagen niet meegerekend, over haar salaris over die maand te kunnen beschikken. Op basis hiervan kunnen als data waarop salarisbetaling had moeten of moet plaatsvinden worden aangehouden: 29 juli 2021, 30 augustus 2021, 29 september 2021, 28 oktober 2021, 29 november 2021, 30 december 2021 en 27 januari 2022. Bij de mondelinge behandeling is meegedeeld dat het salaris van werkneemster over de maanden juli tot en met oktober inmiddels uitbetaald is, zij het steeds te laat en niet volledig. Zodoende moet Infinitascare het salaris van € 1.618,67 bruto per maand aan werkneemster betalen met emolumenten/vergoedingen waarop zij aanspraak heeft, over de maanden juli tot en met november, plus € 242,80 bruto per maand aan wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over het salaris over de maanden juli, augustus, september en oktober, minus (het bruto-equivalent van) de bedragen die al aan werkneemster zijn uitbetaald over de betreffende maanden.