Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Albert Heijn B.V.
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 31 januari 2023
ECLI:NL:RBLIM:2023:740
Supermarkt mocht er gerechtvaardigd op vertrouwen dat passende arbeid(sduur) de bedongen arbeid(sduur) is geworden.

Feiten

Werkneemster is in augustus 2000 bij Albert Heijn in dienst getreden als caissière en kwaliteitsmedewerkster. De arbeidsomvang bedraagt op dat moment 128 contracturen per vier weken. Op 11 juli 2007 heeft zij een arbeidsongeval gehad als gevolg waarvan zij twee jaar niet heeft kunnen werken. Werkneemster is in 2008 gestart met re-integratie. Op 11 september 2009 was het einde van de 104-wekenziekteperiode en daarna is werkneemster gedeeltelijk arbeidsongeschikt verklaard. Vanaf 2010 ontvangt werkneemster diverse WIA-uitkeringen. Op de loonstroken staan 64 normuren vermeld. Albert Heijn heeft de ADV-uren van werkneemster berekend op grond van een dienstverband van 64 contracturen per vier weken. Gedurende de periode november 2015 tot juni 2016 is werkneemster ziek geweest, daarna heeft zij 64 uur gewerkt. Op 18 december 2019 heeft werkneemster zich opnieuw ziek gemeld en is zij niet meer teruggekeerd op haar werk. In beide ziekteperiodes heeft Albert Heijn het loon doorbetaald op basis van 64 uur per periode van 4 weken. Op 8 juni 2022 heeft Albert Heijn, met toestemming van het UWV, de arbeidsovereenkomst met werkneemster opgezegd tegen 12 september 2022. Albert Heijn heeft de eindafrekening opgesteld en een transitievergoeding berekend aan de hand van 64 contracturen. Werkneemster verzoekt Albert Heijn te veroordelen tot betaling van een aanvullende transitievergoeding, gebaseerd op een dienstverband van 128 uur per vier weken. Volgens Albert Heijn is de passende arbeid de bedongen arbeid geworden, waardoor de transitievergoeding terecht is berekend op basis van 64 contracturen.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Tussen partijen staat vast dat er nimmer een overeenkomst is gesloten waarbij de passende arbeid tot de bedongen arbeid is gemaakt. Het gaat er in deze zaak dus om of Albert Heijn er gerechtvaardigd op heeft mogen vertrouwen dat de feitelijke arbeidsduur de bedongen arbeidsduur is geworden. Vanaf 2009 tot het moment in 2019 toen werkneemster voor het laatst – en definitief – is uitgevallen heeft zij de werkzaamheden van caissière voor 64 uur per periode van vier weken verricht. Het gaat dus om een lange periode van ongeveer tien jaar. Gedurende deze periode blijkt niet dat het doel was weer 128 uur per periode van vier weken te gaan werken. In tegendeel, in 2010 wordt de kans daarop eigenlijk al als niet aanwezig beschouwd en daar is in de loop der jaren geen verandering in gekomen. Daarmee is sprake van een eindtoestand. Op enig moment heeft de gemachtigde van werkneemster bezwaar gemaakt tegen de constatering dat de arbeidsomvang 128 uur zou bedragen. Maar dat is nadat zij in 2019 al weer geruime tijd ziek was en het einde van de arbeidsovereenkomst ‘op de horizon’ verscheen. Toen ontstond ook belang bij een zo groot mogelijke arbeidsomvang. Er blijkt echter niet dat zij in de periode tussen 2009 en 2019 bij Albert Heijn erover heeft geklaagd dat zij ten onrechte een overeenkomst zou hebben voor 64 uur per periode. Werkneemster kan dus niet aantonen dat de arbeidsomvang altijd een discussiepunt is gebleven. Ook Albert Heijn heeft zich altijd op het standpunt gesteld dat de bedongen arbeidsduur 64 uur per periode was geworden, ook op momenten waar dat (wellicht) niet zo goed voor haar uitkwam. De kantonrechter doelt dan op het feit dat zij bij nieuwe uitval van werkneemster als gevolg van ziekte (2015 en 2019) het loon heeft doorbetaald (zou de oorspronkelijke arbeid nog steeds de bedongen arbeid zijn gebleven, dan was al geruime tijd geleden voldaan aan de loondoorbetalingsverplichting bij arbeidsongeschiktheid gedurende 104 weken en had er bij hernieuwde uitval geen loon doorbetaald hoeven te worden). Al met al komt de kantonrechter tot de conclusie dat Albert Heijn er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat de passende arbeid de bedongen arbeid is geworden. De verzoeken van werkneemster worden afgewezen.