Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer / Trigon Brand en Beveilingstechniek B.V.
Rechtbank Overijssel (Locatie Zwolle), 28 februari 2023
ECLI:NL:RBOVE:2023:801
Loonvordering werknemer afgewezen. Werkgever heeft terecht een loonstop wegens niet nakoming re-integratieverplichtingen opgelegd.

Feiten

Werknemer is sinds 6 augustus 2001 in dienst bij Trigon Brand- en Beveiligingstechniek B.V. (‘Trigon’) als monteur. Op 4 december 2019 is werknemer ziek geworden. Tot maart 2021 was re-integratie voor werknemer niet mogelijk. Op advies van de arbeidsdeskundige mocht werknemer in maart 2021 zowel in spoor één als in spoor twee re-integreren. In april 2021 is werknemer aangemeld voor het tweedespoortraject. Hierna hebben gesprekken plaatsgevonden met een mobiliteitsconsultant en zijn afspraken gemaakt over het maken van opdrachten. Dit heeft werknemer, ondanks herhaaldelijke verzoeken, niet gedaan. Op 23 augustus 2021 deelt Trigon werknemer schriftelijk mee dat hij moet meewerken en dat zijn loon wordt stopgezet als de opdrachten niet voor 9 september 2021 zijn uitgevoerd. Trigion heeft per 10 september 2021 de loonbetaling stopgezet. Op 8 december 2021 heeft het UWV een beschikking afgegeven waarin is vermeld dat werknemer en Trigion voldoende hebben gedaan aan de re-integratie van werknemer. In 2022 stelt werknemer een loonvordering in tegen Trigion, maar deze is door de kantonrechter niet-ontvankelijk verklaard, omdat werknemer geen deskundigenoordeel had overgelegd.  Op 4 mei 2022 heeft werknemer een deskundigenoordeel aangevraagd bij het UWV, maar dit is niet afgegeven omdat de re-integratie-inspanningen van werknemer al zijn beoordeeld in de arbeidsdeskundige rapportage van 2 november 2021. Werknemer vordert onder meer een veroordeling van Trigion tot betaling van achterstallig salaris.

Oordeel

Werknemer is ontvankelijk is zijn vorderingen, nu hij op 4 mei 2022 een deskundigenoordeel heeft aangevraagd bij het UVW. Dat het UWV een afwijzende beschikking heeft gegeven, is niet voldoende om werknemer niet-ontvankelijk te verklaren. Hoewel de kantonrechter in het vonnis van 15 maart 2022 heeft overwogen dat die rapportage niet als een deskundigenoordeel kwalificeert, is de kantonrechter gelet op het bericht van het UVW van mei 2022 van oordeel dat de rapportage van 2 november 2021 wel in de beoordeling kan worden betrokken en dat het overleggen van (nog) een (ander) deskundigenoordeel niet van werknemer kan worden gevergd. Ten aanzien van de re-integratieverplichtingen volgt uit de brieven van Trigion dat zij de loondoorbetaling heeft stopgezet omdat werknemer niet heeft meegewerkt aan re-integratieactiviteiten in spoor twee. Werknemer heeft daartegen aangevoerd dat hij wel voldoende heeft gedaan en dat hij voor de opdrachten onvoldoende tijd en begeleiding kreeg. De kantonrechter overweegt dat het werknemer na de waarschuwingen van Trigion en de mobiliteitsconsulente duidelijk had moeten zijn dat er bij Trigion geen passende mogelijkheden bestonden, en dat hij daarom ook het tweede spoor moest volgen. Ook is werknemer meermaals gewaarschuwd voor de consequenties van het niet-nakomen van de verplichtingen. Het feit dat werknemer wel voldoende heeft gedaan aan zijn verplichtingen in het eerste spoor maakt niet dat hij zijn verplichtingen in het tweede spoor niet hoefde na te komen. De stelling van werknemer dat hij wel aan zijn verplichtingen in het tweede spoor heeft voldaan, is onvoldoende onderbouwd. Ook het betoog van werknemer dat hij onvoldoende tijd en begeleiding heeft gehad voor het uitvoeren van de opdrachten, slaagt niet. Werknemer had vanaf mei 2021 de tijd om de opdrachten uit te voeren en heeft voldoende hulp gekregen van Trigion. Trigion is aldus terecht overgegaan tot een loonstop zodat de vorderingen van werknemer worden afgewezen.