Naar boven ↑

Rechtspraak

Collega’s die werkneemster na val hebben aangetroffen zijn geen medische professionals. Zij konden dan ook niet vaststellen of werkneemster onwel was geworden en van de trap was gevallen of juist door die val haar bewustzijn had verloren. Sprake van een arbeidsongeval.

Feiten

Op 1 april 2017 is werkneemster in dienst getreden bij Aegon. Op 3 oktober 2017 is werkneemster in een trappenhuis van het kantoorpand van Aegon ten val gekomen. Werkneemster is naar haar huisarts gegaan en door haar huisarts doorgestuurd naar de spoedeisende hulp. In de verslagen staat dat werkneemster zich niets kan herinneren van de val en tussen de 10 en 15 minuten buiten bewustzijn is geweest. Vanaf 8 januari 2018 heeft werkneemster haar werk voorzichtig aangepast hervat. Bij brief van 27 maart 2019 heeft werkneemster Aegon aansprakelijk gesteld voor de gevolgen van de val. Aegon heeft bij brief van 9 april 2019 aansprakelijkheid van de hand gewezen. Werkneemster heeft in eerste aanleg een verklaring voor recht gevorderd dat Aegon niet aan haar zorgplicht heeft voldaan en aansprakelijk is voor de door haar geleden en nog te lijden schade. De kantonrechter heeft de vorderingen toegewezen. Aegon heeft de zaak voorgelegd aan het hof.

Oordeel

Het hof verwerpt het standpunt van Aegon dat geen sprake is van een arbeidsongeval maar van een – van de arbeidsomstandigheden geheel losstaande – onwelwording. Tussen partijen is niet in geschil dat bij het voorval geen getuigen aanwezig waren. Werkneemster beschrijft het voorval zo, dat zij zich “terugvond onderaan de trap”. Zij kan zich niet herinneren wat er precies is gebeurd. Er was dus reden om rekening te houden met het scenario dat werkneemster van de trap was gevallen, en daardoor bewusteloos was geraakt (in plaats van andersom). Aegon kon ook niet op basis van de verklaringen van collega’s ervan uitgaan dat sprake was van onwelwording. Van belang is dat de collega’s die werkneemster hebben aangetroffen geen medische professionals zijn. Zij konden op basis van hun waarnemingen niet vaststellen of werkneemster hetzij was flauwgevallen of onwel geworden, hetzij – door een andere oorzaak – van de trap was gevallen en door die val haar bewustzijn had verloren. Het hof verwerpt verder het beroep van Aegon op de klachtplicht. De reden daarvoor is enerzijds dat van Aegon verwacht mocht worden dat zij kort na het voorval een onderzoek uitvoerde naar de toestand van de trap en anderzijds dat werkneemster zich als werknemer van Aegon in een ondergeschikte positie bevond, hetgeen mee kan brengen dat werkneemster terughoudend was met klagen. De regel waaraan Aegon refereert (“causaal verband te vaag of onzeker”) is ontwikkeld in het kader van beroepsziekten en in dit geval verder niet van toepassing. Vast staat immers dat er een ongeval is geweest op het werk en ook dat werkneemster daardoor schade heeft geleden. Het hof komt toe aan de stelling van Aegon dat zij alle redelijkerwijs van haar te vergen veiligheidsmaatregelen heeft genomen ter voorkoming van dit ongeval. Het hof oordeelt dat nog niet is komen vast te staan dat Aegon alle veiligheidsmaatregelen heeft genomen die redelijkerwijs van haar kunnen worden gevergd om ongevallen als het onderhavige te voorkomen. Het hof zal Aegon toelaten tot het leveren van (nader) bewijs. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.