Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Middelburg), 20 maart 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:1918
Feiten
Werkneemster is op 4 april 2016 voor bepaalde tijd in dienst getreden van een maatschap van notarissen (hierna: werkgeefster), handelend onder de naam [maatschap] Netwerk Notarissen, in de functie van notarieel medewerker afdeling personen- en familierecht. De arbeidsovereenkomst is per 4 maart 2018 door partijen ondertekend en op 29 augustus 2018 voor onbepaalde tijd voortgezet. Daarbij is onder andere een concurrentie- en relatiebeding overeengekomen. Per 1 september 2022 is de samenwerking tussen de notarissen geëindigd. Een van de notarissen heeft per 1 januari 2023 zijn praktijk in een nieuw kantoor in Terneuzen voortgezet. Werkneemster heeft de arbeidsovereenkomst op 29 december 2022 per 1 februari 2023 opgezegd met de mededeling dat zij voornemens is in dienst te treden van de naar Terneuzen vertrokken notaris. Op 16 januari 2023 heeft werkgeefster medegedeeld geen medewerking te verlenen aan algehele ontheffing uit het concurrentie- en relatiebeding. Werkgeefster heeft daarin verder medegedeeld bereid te zijn het concurrentiebeding te beperken tot één jaar in plaats van twee jaar en het geografisch bereik van het concurrentiebeding te beperken. Werkneemster vordert het concurrentie- en het relatiebeding en het daaraan gekoppelde boetebeding uit de arbeidsovereenkomst van 29 augustus 2018 te schorsen totdat in de bodemprocedure anders is beslist. Zij is van mening dat zij niet beschikt over concurrentiegevoelige informatie die het bedrijfsdebiet van werkgeefster zou kunnen schaden. Ook beschikt zij niet over essentiële relevante commerciële en technische informatie of over kennis van unieke werkprocessen en strategieën, die zij bij een nieuwe werkgever kan gebruiken. Voor zover daar al sprake van mocht zijn, is de naar Terneuzen vertrokken notaris daarmee wel bekend en hij mag zijn klanten vanaf 1 januari 2023 blijven bedienen. Het voorgaande maakt dat werkgeefster geen te respecteren belang heeft om het in dienst treden van werkneemster bij de in Terneuzen gevestigde notaris te verhinderen, hetgeen ook geldt voor het vasthouden aan het relatiebeding. Werkgeefster is van mening dat werkneemster door instandhouding van het concurrentiebeding niet onbillijk wordt benadeeld. Met de door werkneemster opgedane kennis, ervaring en werkmethodieken zou zij de concurrentiepositie van werkgeefster ernstige schade kunnen toebrengen.
Oordeel
De kantonrechter stelt voorop dat een concurrentiebeding is bedoeld om het bedrijfsdebiet van de werkgeefster te beschermen. Het gaat om bescherming van de door inzicht, inspanning en kennis door de werkgeefster opgebouwde knowhow, waaronder bedrijfsgeheimen en concurrentiegevoelige informatie, alsmede om haar reputatie of goodwill, tegen de mogelijkheid dat de ex-werkneemster werkzaamheden van gelijke aard voor zichzelf of ten behoeve van een andere werkgever gaat verrichten. Het concurrentiebeding biedt geen bescherming tegen het vertrek van een ervaren werkneemster en tegen de indiensttreding van die werkneemster bij een concurrent van de oude werkgeefster. Het gaat uitdrukkelijk niet om binding van werknemers. Dat werkneemster niet weg hoefde, speelt bij de belangenafweging dan ook geen rol. Deze persoonlijke afwegingen passen binnen haar vrijheid van arbeidskeuze. De kantonrechter oordeelt verder dat onvoldoende concreet is gesteld of gebleken dat werkneemster over essentiële relevante commerciële en technische informatie over producten of diensten en/of kennis van unieke werkprocessen en strategieën van werkgeefster is gaan beschikken. Dit kan dan ook niet leiden tot een concurrentievoordeel voor de in Terneuzen gevestigde notaris, indien zij daar in dienst treedt. Daar komt bij dat niet valt in te zien welke kennis werkneemster zou hebben, die niet al bij de vertrokken notaris zelf aanwezig is, nu deze tot 1 september 2022 op het notariskantoor werkzaam was. Naar het oordeel van de kantonrechter is de conclusie dat aannemelijk is dat het concurrentiebeding in een bodemzaak vernietigd zal worden, zodat het concurrentiebeding vooruitlopend hierop wordt geschorst. Ten aanzien van het relatiebeding oordeelt de kantonrechter dat werkgeefster geen belang heeft bij handhaving van het relatiebeding en dat aannemelijk is dat in een bodemprocedure het relatiebeding zal worden vernietigd, zodat het relatiebeding vooruitlopend hierop wordt geschorst.