Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 23 maart 2023
ECLI:NL:RBAMS:2023:1509
Feiten
Werknemer is sinds 1 april 2016 in dienst bij werkgeefster. Hij heeft zijn arbeidsovereenkomst per 1 februari 2022 opgezegd. Volgens werknemer heeft hij nog recht op betaling van een variabele beloning over 2021 van € 19.387 bruto. Werkgeefster betwist dat werknemer daar recht op heeft, omdat – kort gezegd – hij op het moment van uitbetalen van de variabele beloningen niet meer in dienst was bij werkgeefster.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Niet ter discussie staat dat werknemer in beginsel voldeed aan de criteria voor de variabele beloning als hij nog in dienst was geweest van werkgeefster. De hoogte van die beloning, het gevorderde bedrag, staat ook niet ter discussie. De enige vraag die partijen verdeeld houdt, is of werknemer al dan niet in dienst moest zijn op het moment van uitbetalen om in aanmerking te komen voor uitbetaling van de variabele beloning. De kantonrechter is met werknemer van oordeel dat hij op het moment van uitbetalen van de variabele beloning niet in dienst bij werkgeefster hoefde te zijn om recht te hebben op een variabele beloning. Werknemer heeft er namelijk terecht op gewezen dat artikel 7 van de arbeidsovereenkomst niet alleen de voorwaarden voor toekenning en berekening van de variabele beloning beschrijft, maar ook dat de variabele beloning bij einde dienstverband pro rata wordt berekend. In afwijking daarvan staat in het toepasselijke Handboek Arbeidsvoorwaarden (hierna: het handboek) dat een medewerker alleen recht heeft op een winstuitkering (dit betreft een andersoortige bonus dan de variabele beloning), als hij het jaar daarna op de uitkeringsdatum nog een dienstverband met werkgeefster heeft. Oftewel, het recht op variabele beloning kan volgens de arbeidsovereenkomst ook bestaan over het jaar van de uitdiensttreding zelf, terwijl volgens het handboek geen recht op een winstuitkering in het jaar van uitdiensttreding zelf bestaat, maar alleen over het jaar ervoor. Artikel 7 van de arbeidsovereenkomst wijkt dus duidelijk af van het handboek. Op grond van artikel 18 van de arbeidsovereenkomst geldt dan de arbeidsovereenkomst en niet het handboek. Werknemer mocht uit artikel 7 van de arbeidsovereenkomst dus begrijpen dat hij de variabele beloning zou krijgen, voor zover hij die gedurende zijn dienstverband had opgebouwd en dat hij deze pro rata opgebouwde beloning ook zou ontvangen als hij op het moment van uitbetalen niet meer in dienst van werkgeefster zou zijn. Werknemer heeft dan ook recht op uitbetaling van de variabele beloning ter hoogte van € 19.387. Werkgeefster wordt veroordeeld tot betaling van voornoemd bedrag aan werknemer.