Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 26 augustus 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:12029
Feiten
Werknemer is sinds 17 december 2021 werkzaam bij People Safe @ Work B.V. (hierna: PSW) op grond van een uitzendovereenkomst Fase A met uitzendbeding. Op de arbeidsovereenkomst is de Cao voor Uitzendkrachten (hierna: ABU-Cao) van toepassing verklaard. Op 14 februari 2022 heeft werknemer tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden bij de inlener letsel opgelopen, waardoor hij arbeidsongeschikt is geraakt. Een dag later heeft PSW aan werknemer gemeld dat zijn arbeidsovereenkomst per heden is beëindigd conform de ABU-Cao. Aan werknemer is per 16 februari 2022 een uitkering ingevolge de Ziektewet toegekend door het UWV. Werknemer verzoekt vernietiging van de opzegging (beëindiging) van de arbeidsovereenkomst, omdat de opzegging in strijd met het opzegverbod bij ziekte zou zijn.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Het Hof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2020:460, AR 2020-0323) heeft geoordeeld dat het thans niet meer mogelijk is om bij cao af te wijken van het opzegverbod bij ziekte. Voor zover het uitzendbeding in artikel 13 lid 3 sub a van de NBBU-Cao bepaalt dat de uitzendovereenkomst in fase 1 en 2 ten einde komt doordat de uitzendkracht de bedongen arbeid als gevolg van arbeidsongeschiktheid niet langer kan verrichten, en voor zover daarin wordt bepaald dat in geval van ziekte of ongeval van de uitzendkracht de terbeschikkingstelling in fase 1 of 2 direct na de melding van de ziekte/het ongeval geacht wordt met onmiddellijke ingang te zijn beëindigd op verzoek van de inlener, is het daarom vanaf 1 juli 2015 in strijd met het opzegverbod bij ziekte als vermeld in artikel 7:670 lid 1 BW. De kantonrechter overweegt dat het misschien zo is dat het sinds de invoering van de WWZ niet meer mogelijk is om bij cao af te wijken van het opzegverbod tijdens ziekte, omdat lid 13 van artikel 7:670 BW is komen te vervallen. Dat laat echter onverlet dat met de WWZ niet gewijzigd is het bepaalde in artikel 7:691 lid 2 BW op grond waarvan in de uitzendovereenkomst schriftelijk kan worden bedongen dat die overeenkomst van rechtswege eindigt doordat de terbeschikkingstelling van de werknemer door de werkgever aan de derde als bedoeld in artikel 7:690 BW op verzoek van die derde ten einde komt. Het opzegverbod tijdens ziekte staat niet in de weg aan de werking van een dergelijk beding. In de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst is het vorenstaande bedongen in artikel 3.2 aanhef en onder a, en door verwijzing naar de ABU-Cao. Het voorgaande is van belang omdat in deze zaak niet alleen sprake is geweest van arbeidsongeschiktheid van werknemer op 14 februari 2022, waardoor hij de arbeid waarvoor hij was ingeleend niet meer kon verrichten, maar ook gemotiveerd is aangevoerd dat de inlener naar aanleiding van het ongeval telefonisch contact heeft gehad met PSW en bij die gelegenheid te kennen heeft gegeven dat zij de inlening beëindigde. De beëindiging van de inlening door de inlener was dus niet omdat werknemer door ziekte uitviel maar omdat ze om andere redenen niet met hem verder wilde. De vordering wordt afgewezen.