Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgeefster
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 12 april 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:5506
Verzoek werkneemster om billijke vergoeding van € 230.229,48 bruto na beëindiging vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid afgewezen. Dat werkgeefster de politie had ingeschakeld om te checken of het goed ging met werkneemster kan niet als ernstig verwijtbaar worden aangemerkt.

Feiten 

Werkneemster is op 1 juli 2017 bij werkgeefster in dienst getreden en heeft zich op 13 maart 2020 ziek gemeld. Vervolgens is werkneemster langdurig arbeidsongeschikt geworden. Eind november 2021 heeft werkneemster een WIA-aanvraag gedaan bij het UWV. Uit de UWV-rapportage van 25 januari 2022 over de re-integratie van werkneemster blijkt dat werkgeefster voldoende heeft aangetoond dat re-integratie in eigen of ander werk niet mogelijk is geweest. Op 29 augustus 2022 heeft werkgeefster toestemming aan het UWV gevraagd om de arbeidsovereenkomst met werkneemster op te zeggen vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid. Op 29 september 2022 heeft het UWV toestemming verleend waarna de arbeidsovereenkomst bij brief van 4 oktober 2022 door werkgeefster per 15 december 2022 is opgezegd. In de beslissing van het UWV is vermeld dat werkneemster zich kan vinden in het ontslag, maar dat zij het langer dan twee jaar ziek zijn en het niet slagen van de re-integratie aan werkgeefster verwijt. Werkneemster lijdt onder meer aan PTSS. In deze procedure verzoekt werkneemster onder meer om een billijke vergoeding van € 230.229,48 bruto. Volgens werkneemster heeft werkgeefster ernstig verwijtbaar gehandeld door het zonder reële en deugdelijke aanleiding inschakelen van Veilig Thuis en de politie als gevolg waarvan de medische klachten van werkneemster zijn ontstaan en/of voortduren. Verder stelt werkneemster zich op het standpunt dat zij buitenproportioneel vaak is benaderd door werkgeefster tijdens haar ziekte. Volgens werkgeefster is geen sprake van enige verwijtbaarheid aan haar zijde. Er is geen causaal verband aangetoond tussen het huisbezoek van 18 maart 2020 en de uiteindelijke opzegging van de arbeidsovereenkomst vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid. 

Oordeel 

Werkneemster heeft onvoldoende onderbouwd dat haar klachten zijn ontstaan door het zonder reële en deugdelijke grond inschakelen van Veilig Thuis en de politie. Kort daarvoor had zij zich al ziek gemeld wegens overspannenheid vanwege te veel werk in te weinig uren. Werkgeefster heeft met haar optreden niet verwijtbaar gehandeld maar eerder blijk gegeven van goed werkgeverschap. Naar aanleiding van de zorgen die bestonden over de situatie van werkneemster heeft zij geprobeerd contact met haar te zoeken. Het had op de weg van werkneemster gelegen om daarop te reageren maar dat heeft zij niet gedaan. Ten aanzien van de arbeidsongeschiktheid van werkneemster is niet gebleken dat daarvan een verwijt aan werkgeefster kan worden gemaakt. Ook is niet komen vast te staan dat werkgeefster willens en wetens de goede naam van werkneemster heeft aangetast. Van buitenproportioneel vaak contact opnemen met werkneemster is ook niet gebleken. Werkgeefster heeft conform de adviezen van de diverse instanties gehandeld. Er is geen sprake van het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door werkgeefster. Dit leidt ertoe dat geen billijke vergoeding zal worden toegekend.