Naar boven ↑

Rechtspraak

Plaatsnemen op treeplank van langzaam rijdende auto is niet zodanig evident dat werknemer zich van dat gevaar hoe dan ook bewust moet zijn geweest. Voor werkgeefster gold daarom geen zorgplicht voor het gebruik van de treeplank. Werkgeefster aansprakelijk.

Feiten

Werknemer is op 28 juli 2021 bij (een voorganger van) werkgeefster in dienst getreden. Bij werkgeefster, althans haar rechtsvoorganger, golden werkinstructies o.a. met betrekking tot veilig werken. Op 4 september 2021 voerde werknemer samen met een collega grasmaaiwerkzaamheden uit langs de A59. Werknemer is van een treeplank gevallen die aan de bedrijfswagen was bevestigd. Door die val heeft hij beide enkels gebroken en is hij een aantal dagen in het ziekenhuis opgenomen. De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft onderzoek gedaan naar het ongeval en een boeterapport opgesteld. Werknemer vordert een verklaring voor recht dat werkgeefster aansprakelijk is voor de geleden en nog te lijden schade.

Oordeel

De kantonrechter acht het – in tegenstelling tot hetgeen werkgeefster stelt – aannemelijk dat werknemer schade heeft geleden. In elk geval staat immers vast dat werknemer beide enkels heeft gebroken waardoor hij vervolgens niet heeft kunnen werken en, blijkens de overgelegde loonstrook, tijdens zijn arbeidsongeschiktheid slechts 70% van zijn loon heeft ontvangen. Verder staat vast dat werknemer schade heeft geleden tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden, namelijk toen hij grasmaaiwerkzaamheden uitoefende. De kantonrechter is verder van oordeel dat werkgeefster niet heeft voldaan aan haar zorgplicht. Nergens is uit gebleken dat werknemer kennis heeft genomen van de werkinstructies. Bovendien zijn de werkinstructies van een dusdanig algemene aard dat werkgeefster zich niet met succes op dat document kan beroepen in het kader van de zorgplicht. Daarnaast zijn de werkinstructies in het Nederlands opgesteld en is werknemer alleen de Poolse taal machtig. Werkgeefster erkent verder dat zij haar werknemers er niet expliciet op heeft gewezen dat zij niet op de treeplank mochten staan. Anders dan werkgeefster betoogt, blijkt uit een door werknemer ondertekende verklaring ook niet dat hij wist dat dat de treeplank uitsluitend was bedoeld voor het ophangen van de blazer. Het gevaar van het plaatsnemen op een treeplank van een langzaam rijdende auto acht de kantonrechter ook niet zodanig evident dat werknemer zich van dat gevaar hoe dan ook bewust moet zijn geweest en voor werkgeefster gold daarom geen zorgplicht ten aanzien van het gebruik van de treeplank. Werknemer heeft bovendien niet opzettelijk of bewust roekeloos gehandeld. Weliswaar is werknemer al eerder op de dag van het ongeval van de treeplank gevallen, maar bij die val heeft hij geen letsel opgelopen. De kantonrechter acht het daarom begrijpelijk dat bij werknemer daarmee niet het besef is gerezen dat deze handelwijze gevaarlijk was. Bovendien ligt het primair op de weg van een werkgever om aan zijn eigen zorgplicht te voldoen, maar dat heeft werkgeefster niet gedaan. De vorderingen worden toegewezen.