Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 29 maart 2023
ECLI:NL:RBNHO:2023:2720
Feiten
Werkneemster is op 21 juni 2021 in dienst getreden bij Stichting Reclassering Nederland (SRN) als medewerker logistieke administratie. SRN is een onafhankelijke en grotendeels door het ministerie van Justitie en Veiligheid gefinancierde stichting die in Nederland de reclassering voor volwassenen uitvoert. Werkneemster is gedurende haar dienstverband bij SRN verwikkeld geweest in een knipperlichtrelatie en een vechtscheiding, waarbij onder meer sprake is geweest van stalking/belaging en mishandeling door haar ex-man. Op 22 september 2022 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen werkneemster en SRN vanwege een integriteitsmelding over het delen van vertrouwelijke informatie. Op 7 november 2022 is hierover een onderzoeksrapport van het Bureau Integriteit verschenen. Op 10 november 2022 zijn de conclusies van het onderzoeksrapport intern besproken. Op diezelfde dag heeft SRN een ontslag op staande voet-brief opgesteld en is werkneemster uitgenodigd voor een persoonlijk gesprek met SRN op 14 november 2022. Na afloop van dit gesprek is werkneemster op staande voet ontslagen. Werkneemster verzoekt onder meer de opzegging van de arbeidsovereenkomst te vernietigen. Als tegenverzoek verzoekt SRN onder meer ontbinding van de arbeidsovereenkomst op basis van verwijtbaar handelen.
Oordeel
Onverwijldheid ontslag
Vast staat dat SRN het rapport van het Bureau Integriteit heeft ontvangen op 8 november 2022 en op diezelfde dag heeft gedeeld met haar juridisch adviseur die vanaf het moment dat de klacht over werkneemster bij SRN binnenkwam bij het dossier is betrokken. Op 9, ofwel 10 november 2022 is de huidige gemachtigde van SRN bij het dossier betrokken geraakt, heeft zij de ontslag op staande voet-brief opgesteld en is intern besloten werkneemster uit te nodigen voor een persoonlijk gesprek op 14 november 2022. Na afloop van dit gesprek is aan werkneemster, na te zijn gehoord, de hiervoor genoemde brief overhandigd en is zij op staande voet ontslagen. De kantonrechter stelt vast dat er al met al bijna een week is verstreken tussen het moment dat SRN bekend raakte met de uitkomsten van het rapport en het moment dat werkneemster op staande voet is ontslagen. Naar het oordeel van de kantonrechter valt niet in te zien waarom SRN zoveel tijd nodig heeft gehad om de duidelijke en beknopte conclusies uit het rapport om te zetten in het uiteindelijke ontslag op staande voet. SRN voert weliswaar aan dat zij het met het oog op het goed werkgeverschap zorgvuldig achtte om werkneemster uit te nodigen voor een persoonlijk gesprek, maar gelet op het onverwijldheidsvereiste had het op de weg van SRN gelegen om dit gesprek al op donderdag 10 november zelf, dan wel uiterlijk op 11 november 2022 te laten plaatsvinden. Werkneemster werkte immers fulltime en diende zich te allen tijde beschikbaar te houden voor hoor en wederhoor. De kantonrechter komt tot de conclusie dat het ontslag op staande voet niet onverwijld is gegeven.
Ontbinding arbeidsovereenkomst
Op grond van het in de arbeidsovereenkomst opgenomen geheimhoudingsbeding was werkneemster tot strikte geheimhouding verplicht van alle informatie die haar in de uitoefening van haar werkzaamheden bij SRN bekend is geworden. Vast staat dat werkneemster deze geheimhoudingsverplichting op meerdere momenten heeft geschonden. Het Bureau Integriteit heeft immers vastgesteld dat werkneemster vertrouwelijke informatie over haar ex-zwager heeft verstrekt aan haar ex-schoonzus en dat zij vertrouwelijke informatie heeft besproken met haar ex-man. Werkneemster was zich ook bewust van de strekking van de geheimhoudingsverplichting. Immers, op een verzoek om informatie van haar ex-schoonzus over haar ex-zwager antwoordt werkneemster: 'Schat, bedoel je of zijn taakstraf nog actief staat. Uh, ik kan alleen een lijst uitdraaien, ik kan niet op zijn naam zoeken want dan zien ze dat ik geraadpleegd heb. Ik ga wel even kijken of ik hem op de verdeellijst zie als ik zeg maar een lijst uitdraai.' Hieruit blijkt dat werkneemster doelbewust niet op de naam van haar ex-zwager heeft gezocht omdat zij wist dat SRN later zou kunnen zien dat zij de systemen voor dit doeleinde had geraadpleegd en in plaats daarvan (opzettelijk) heeft volstaan met het bekijken van de al uitgedraaide verdeellijsten en haar schoonzus op basis van die informatie heeft geantwoord. De kantonrechter is van oordeel dat werkneemster ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Werkneemster heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere integriteitsschendingen bestaande uit het lekken van vertrouwelijke informatie van SRN aan derden, hetgeen (ook) als een inbreuk op de Algemene verordening gegevensbescherming moet worden beschouwd. Dit kan werkneemster zwaar worden aangerekend, omdat zij, ondanks haar penibele privésituatie, naar het oordeel van de kantonrechter zich bewust had moeten zijn van de sensitiviteit die een functie als de onderhavige van haar verlangde en het zware belang dat SRN had bij geheimhouding van de informatie die werkneemster bij de uitoefening van de functie onder ogen kwam. Dit geldt in de gegeven omstandigheden temeer, gezien het feit dat werkneemster zich in haar privésfeer omringd zag door meerdere personen die contacten onderhouden met het criminele circuit. Het feit dat er informatie is gelekt naar personen waarvan er in ieder geval één ook reclassent is bij SRN maakt een forse inbreuk op de reputatie van SRN. Van SRN kan niet worden gevergd de arbeidsovereenkomst met werkneemster te laten voortduren. De ontbinding wordt toegewezen.