Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgeefster
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 1 maart 2023
ECLI:NL:RBNHO:2023:4357
Privégebruik tankpas. Verzoek van werkneemster om vernietiging van het ontslag op staande voet wordt toegewezen. De kantonrechter oordeelt dat de werkgeefster geen dringende reden had voor het ontslag op staande voet.

Feiten

Werkgeefster exploiteert een keukenzaak. Werkneemster is sinds 1 april 2021 in dienst als verkoopster met een salaris van inmiddels € 2.752,70 bruto per maand. Op 8 december 2022 is werkneemster op staande voet ontslagen, omdat zij naar het oordeel van werkgeefster tijdens ziekte voor privédoeleinden gebruik heeft gemaakt van de aan haar ter beschikking gestelde tankpas. Werkneemster verzoekt vernietiging van het ontslag op staande voet omdat zij van mening is dat zij de tankpas die werkgeefster aan haar heeft verstrekt ook mocht gebruiken voor privéritten binnen Nederland. Ook stelt zij dat nergens uit  blijkt dat de tankpas niet privé zou mogen worden gebruikt. Werkgeefster voert aan dat de tankpas is verstrekt voor de reiskosten van woon-werkverkeer van werkneemster en dat die pas dus niet mag worden gebruikt voor privéritten.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt allereerst dat het ontslag op staande voet onverwijld is gegeven, omdat werkgeefster - binnen één dag nadat zij het gebruik van de tankcard tijdens ziekte heeft vastgesteld - het ontslag op staande voet heeft ingeroepen. Ten aanzien van de vraag of het ontslag op staande voet standhoudt, oordeelt de kantonrechter als volgt. In het verweerschrift heeft werkgeefster meer gronden voor het ontslag op staande voet naar voren gebracht dan in de ontslagbrief. Deze gronden moeten volgens de kantonrechter buiten beschouwing blijven bij de beoordeling van het ontslag op staande voet. Die gronden zijn namelijk niet direct aan werkneemster meegedeeld. Voor haar kon ook niet duidelijk zijn dat werkgeefster deze gronden mede aan het ontslag op staande voet ten grondslag legde. Vast staat dat werkneemster vanaf 22 juli 2022 wegens ziekte ongeschikt is voor haar werk en sindsdien haar werkzaamheden als verkoopster niet meer heeft verricht. De kantonrechter overweegt dat in de arbeidsovereenkomst alleen staat dat “De reiskosten” van werkneemster “middels een tankpas van de onderneming” worden vergoed. Daaruit volgt niet de door werkgeefster gestelde afspraak over het privégebruik. Nergens is vastgelegd dat werkneemster de tankpas niet privé mocht gebruiken. Werkgeefster heeft in het verweerschrift en op de zitting verder erkend dat het gebruik van de tankpas voor woon-werkverkeer er “onvermijdelijk” toe leidt dat werkneemster daarvan ook privé gebruikmaakt, omdat zij met die tankpas haar eigen auto voltankt en daarmee vervolgens ook privékilometers maakt. Werkneemster heeft gesteld dat zij de tankpas ook heeft gebruikt tijdens vakanties en vrije dagen, en in de coronaperiode toen er minder dagen in de keukenzaak werd gewerkt, en dat daartegen nooit enig bezwaar is gemaakt door werkgeefster. Pas op de zitting heeft werkgeefster opgemerkt dat uit de administratie zou blijken dat werkneemster tijdens vakanties en vrije dagen geen gebruik heeft gemaakt van de tankpas, maar stukken uit die administraties zijn niet overgelegd. De kantonrechter gaat daarom voorbij aan dit standpunt van werkgeefster, omdat het te laat naar voren is gebracht, en niet of onvoldoende is gemotiveerd en onderbouwd. De kantonrechter oordeelt dat het privégebruik van de tankpas door werkneemster tijdens haar ziekteperiode geen dringende reden oplevert voor een ontslag op staande voet en dat daarmee het ontslag op staand voet niet rechtsgeldig is gegeven.