Naar boven ↑

Rechtspraak

Werknemer/H&N Beveiliging B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Middelburg), 10 mei 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:3137
Werknemer verzoekt uitbetaling van de transitievergoeding en betaling van achterstallig salaris.

Feiten

Werknemer is op 20 september 2019 in dienst getreden van H&N. De arbeidsovereenkomst is op 1 april 2021 voor onbepaalde tijd voortgezet. In de arbeidsovereenkomst van 1 april 2021 staat: ‘Werknemer treedt met ingang van 01-04-2021 bij werkgever in dienst voor onbepaalde tijd. Mocht de werknemer voor 01-04-2022 geen gediplomeerd [functie] zijn zal deze arbeidsovereenkomst per direct worden ontbonden.’ Op 19 november 2019 hebben partijen een studieovereenkomst gesloten. Daarin is een regeling opgenomen voor het volgen van opleidingen en cursussen door werknemer. Op 31 mei 2022 is de arbeidsovereenkomst beëindigd. Werknemer verzoekt uitbetaling van de wettelijke transitievergoeding en een verklaring voor recht dat de studiekosten ten onrechte zijn ingehouden op zijn salaris.

Oordeel

Partijen verschillen van mening wie van hen de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd; volgens werknemer heeft H&N opgezegd en volgens H&N heeft werknemer opgezegd. Omdat werknemer zich beroept op de rechtsgevolgen van de opzegging, rust op hem de verplichting om gemotiveerd te stellen dat H&N de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd en dat zonodig te bewijzen. Daarvoor heeft werknemer toegelicht dat hij niet tijdig beschikte over zijn diploma/groene pas die vereist was om zijn functie uit te mogen voeren. Hij heeft toegelicht dat H&N de arbeidsovereenkomst daarom wilde beëindigen, zoals in artikel 1 van de arbeidsovereenkomst van 1 april 2021 was aangekondigd, waardoor zij de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd per 31 mei 2022. Werknemer heeft die opzegging geaccepteerd. Het had op de weg van H&N gelegen om op die toelichting te reageren en een verklaring te geven waarom het volgens haar toch werknemer was die de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd. Dat heeft zij niet gedaan. De kantonrechter gaat daarom uit van een opzegging van de arbeidsovereenkomst door H&N. Vanwege de opzegging van de arbeidsovereenkomst door H&N is zij een transitievergoeding verschuldigd aan werknemer. Ten aanzien van de studiekosten oordeelt de rechter als volgt. Werknemer heeft onweersproken gesteld dat de studiekosten voor rekening van H&N komen omdat hij de opleidingen waarop die studiekosten betrekking hadden, succesvol had afgerond, zoals in de studieovereenkomst is afgesproken. Het was H&N dan ook niet toegestaan om die studiekosten in te houden op het loon van werknemer. De verklaring voor recht dat de studiekosten ten onrechte zijn ingehouden op het loon, zal worden toegewezen.