Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 19 december 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:12140
Feiten
Werkneemster is op 9 augustus 2021 bij werkgeefster in dienst getreden in de functie van chauffeur. Overeengekomen is dat de arbeidsovereenkomst eindigt op 10 augustus 2022. Vanwege de coronacrisis is werkgeefster in de problemen gekomen. Werkgeefster heeft aan haar werknemers medegedeeld dat hun werk eindigde. Werkneemster is vervolgens op 22 augustus 2022 bij haar nieuwe werkgeefster begonnen. Werkneemster verzoekt een verklaring voor recht dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen van rechtswege is geëindigd op 10 augustus 2022. Zij verzoekt ook om betaling van de aanzegvergoeding, de transitievergoeding en haar resterende brutoloon. Het einde van de arbeidsovereenkomst is niet schriftelijk maar mondeling aangezegd. Zij heeft recht op een transitievergoeding. Tevens is werkgeefster nog loon verschuldigd over de maanden juli en augustus 2022.
Oordeel
Ter zitting heeft werkgeefster aangegeven dat de insteek was dat het dienstverband niet op 10 augustus 2022 zou eindigen maar zou worden voortgezet. Een aanzegging van de arbeidsovereenkomst was dan ook niet aan de orde. Werkneemster heeft op 7 jui 2022 aan werkgeefster meegedeeld dat zij toch niet verder wilde bij werkgeefster. Vervolgens is ervoor gekozen om de arbeidsovereenkomst uit te dienen voor de tijd waarvoor deze was aangegaan. De verzochte verklaring voor recht zal worden gegeven, want de arbeidsovereenkomst is van rechtswege geëindigd op 10 augustus 2022. Nu de arbeidsovereenkomst niet is voortgezet op initiatief van werkneemster ligt toewijzing van de aanzegvergoeding niet in de rede. Het loon van werkneemster over de maand juni 2022 is niet volledig uitbetaald. Dat is ernstig verwijtbaar. Vast staat dat dit voor werkneemster de reden is geweest om het dienstverband niet voort te zetten. Daarom is er grond voor toewijzing van de verzochte transitievergoeding. Het verzoek tot betaling van het loon over de maanden juli en augustus wordt toegewezen nu de aanspraak erop en het bedrag niet is betwist.