Naar boven ↑

Rechtspraak

WCTS/UFGB B.V. / Werknemer
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 23 mei 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:6326
Werkgever heeft niet voldaan aan de motiveringsplicht ten aanzien van het concurrentiebeding. Werknemer heeft wel het geheimhoudingsbeding geschonden en is een boete van € 50.000 verschuldigd.

Feiten

Eiseres sub 1, WCTS, maakt onderdeel uit van de WCTS groep. WCTS houdt zich binnen WCSG bezig met het verlenen van diensten op administratief, technisch, financieel, economisch of bestuurlijk gebied aan andere vennootschappen, personen en ondernemingen binnen deze groep. WCTS was de formele werkgever van werknemer. Eiseres sub 2, UFBG, richt zich in het bijzonder op het importeren en exporteren van, het handelen in, het distribueren van en het opslaan van voedsel en voedselgerelateerde producten en andere (handels)goederen van welke aard dan ook. Werknemer is op 1 december 2019 in dienst getreden bij WCTS. In de arbeidsovereenkomst zijn een concurrentiebeding, een geheimhoudingsbeding en een wervingsbeding opgenomen. Werknemer heeft in de periode 13 februari 2020 tot en met 9 maart 2020 elf keer vanaf zijn werk prijsinformatie naar zijn privé-e-mailadres verstuurd en een keer een lijst met contactgegevens van Franse klanten van WCSG. Werknemer heeft bij brief van 30 maart 2021 de arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 30 april 2021. Hij is vervolgens als trader in dienst getreden bij EOSTA, een bedrijf dat handelt in groenten en fruit. Per 1 november 2021 is werknemer als international trader in dienst getreden bij Buena Vista Global Distribution B.V. (hierna: Buena Vista). Buena Vista is een directe concurrent van WCSG. WCSG vordert € 1.000.000 aan verbeurde boetes en dat werknemer wordt geboden geen verdere inbreuk te plegen op de overeengekomen bedingen. Werknemer vordert vernietiging van het concurrentiebeding.  

Oordeel

De kantonrechter is van oordeel dat de schriftelijke motivering niet voldoet aan de daaraan te stellen strenge eisen. Het gestelde zwaarwegende bedrijfsbelang wordt in te algemene bewoordingen omschreven. Zo staat er dat de werknemer een cruciale plaats inneemt binnen het bedrijf en dat hij kennisneemt van ‘trade secrets’ en ‘highly sensitive and other competitively confidential information’ van de hele groep van WCSG. Deze gegevens zouden van belang zijn voor de ‘viability’ van het bedrijf en het daarom noodzakelijk maken om het bedrijfsbelang te beschermen. Dit zijn algemene termen zonder enige inhoudelijke toelichting. Dat deze termen en artikel 8 in zijn geheel mondeling zijn besproken en toegelicht aan werknemer, waarna hij deze bedingen en het zwaarwegende bedrijfsbelang dat WCSG stelt te hebben bij deze bedingen heeft geaccepteerd door ondertekening, doet daaraan niet af. De nadere toelichting die op zitting is gegeven - nog daargelaten of die toelichting afdoende zou zijn - is evenmin relevant omdat die niet met zoveel woorden staat vermeld. WCSG heeft ter zitting weliswaar gesteld dat per trader een individuele afweging wordt gemaakt, zoals het verschil in hoogte van de boetes en de duur van de bedingen al naar gelang de ervaring van een trader, maar die afweging is marginaal. Het feit dat een werknemer in de uitoefening van zijn functie ervaring opdoet en kennis over klanten, marges, strategieën en de hoogte van kosten en omzetten verkrijgt waar een nieuwe (concurrerende) werkgever profijt van kan hebben, is inherent aan het vertrek van een commerciële werknemer en een omstandigheid die in zijn algemeenheid voor alle werkgevers geldt. Daarbij komt dat WCSG zelf ervoor heeft gekozen om tot driemaal toe een dienstverband voor bepaalde tijd aan te bieden, aan een werknemer die qua kennis en kunde kennelijk veel schade kan toebrengen aan haar bedrijfsdebiet indien de werknemer naar een concurrent vertrekt. Het voorgaande leidt dan ook tot de conclusie dat het beroep van werknemer op vernietiging van het concurrentie- en wervingsbeding zal worden toegewezen. De kantonrechter stelt vast dat werknemer in strijd heeft gehandeld met het geheimhoudingsbeding door (kopieën van) de documenten naar zichzelf in privé te mailen. Het gevorderde gebod om verder geen inbreuk meer te maken op het geheimhoudingsbeding is daarom toewijsbaar. De verbeurde boetes worden gematigd tot een bedrag van € 50.000.