Rechtspraak
Feiten
Werkgever is een onderneming die zich richt op het ontwerpen, leveren en plaatsen van horecakeukens, bedrijfsrestaurants en keukens voor zorg, het onderwijs en de recreatie. Werknemer is op 1 november 2010 in dienst getreden bij werkgever in de functie van senior accountmanager (projectadviseur). In de arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding opgenomen dat – kort samengevat – bepaalt dat het werknemer is verboden binnen een jaar na einde arbeidsovereenkomst in Nederland of België betrokken te zijn bij een gelijksoortige onderneming als die van werkgever of aan werkgever gelieerde ondernemingen. Medio 2022 heeft werknemer zich als gevolg van de door hem ervaren werkdruk ziek gemeld. Vanaf 1 januari 2023 heeft hij zijn werkzaamheden volledig hervat. Werknemer heeft zijn arbeidsovereenkomst op 31 maart 2023 opgezegd tegen 1 juni 2023 in verband met een nieuwe baan als verkoopadviseur bij X. X is een onderneming die professionele keukens verkoopt. Werkgever heeft werknemer laten weten dat hij niet bereid is afstand te doen van het concurrentiebeding, maar heeft het beding wel eenzijdig beperkt. Werknemer vordert onder meer schorsing van het concurrentiebeding.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. De aanmerkelijke vooruitgang in salaris (18%) en de ontwikkelmogelijkheden bij X leiden ertoe dat het dienstverband bij X naar voorlopig oordeel moet worden aangemerkt als een grote positieverbetering voor werknemer. Die positieverbetering wordt door het concurrentiebeding aanzienlijk beperkt. Het beding verhindert immers niet alleen bij X in dienst te treden, maar ook bij elke andere met werkgever vergelijkbare onderneming in Nederland en België. Het staat vast dat werknemer geen gerichte opleiding heeft gevolgd voor de uitoefening van zijn huidige en toekomstige functie, maar dat hij is gestart als monteur en gedurende zijn inmiddels 30-jarige loopbaan is doorgegroeid tot servicecoördinator en adviseur. Werknemer heeft daarbij zijn gehele loopbaan gewerkt in de keukenbranche. Een nieuwe baan in de keukenbranche wordt door het concurrentiebeding echter volkomen uitgesloten, omdat het beding een zeer ruime geografische reikwijdte kent, namelijk geheel Nederland en België. Het beding vormt een grove beperking van de mogelijkheden van werknemer op de arbeidsmarkt, gelet op zijn eenzijdige werkervaring. Dit klemt temeer nu werknemer voor zijn levensonderhoud afhankelijk is van het hebben van een betaalde baan en werkgever heeft laten weten dat een terugkeer van werknemer naar werkgever inmiddels niet meer tot de mogelijkheden behoort. Het belang van werkgever bij handhaving van het beding is echter beperkt. Hoewel werkgever en X concurrenten zijn, is niet aannemelijk geworden dat werkgever in zijn bedrijfsdebiet wordt aangetast. De werkzaamheden die werknemer gaat verrichten bij X, zijn van beperktere omvang dan die hij voor werkgever verrichtte. Ook heeft werknemer geen beschikking over vertrouwelijke bedrijfsinformatie en is niet aannemelijk dat de klanten van werkgever werknemer zullen volgen. Werknemer heeft toegelicht dat hij niet verantwoordelijk was voor de acquisitie van klanten en dat hij alleen contact had met de klant gedurende het tekenproces tot aan de levering van de keuken. Een klant kan circa 10-15 jaar vooruit met een geplaatste keuken, zodat hij de klant ook niet meer terugziet. Daarnaast moest werknemer werken met prijzen van leveranciers die ook voor andere bedrijven kenbaar zijn, nam de directie beslissingen over kortingen en is werknemer niet op de hoogte van strategieën. Werknemer wordt door het concurrentiebeding onbillijk benadeeld. Het beding wordt geschorst.