Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Kite Pharma EU B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 17 mei 2023
ECLI:NL:RBNHO:2023:4261
Werknemer wiens arbeidsovereenkomst eerder is ontbonden vanwege ernstig verwijtbaar handelen, vordert (na)betaling van ploegentoeslag en bonus over periode van op non-actiefstelling. Vordering tot betaling ploegentoeslag toegewezen; vordering tot betaling bonus afgewezen.

Feiten

Werknemer is op 1 december 2018 in dienst getreden bij Kite Pharma EU B.V. (hierna: Kite Pharma). De functie van werknemer was Cell Therapy Specialist II. Tussen april 2020 en maart 2021 heeft een drietal incidenten plaatsgevonden die volgens Kite Pharma alle betrekking hadden op de integriteit van werknemer. Kite Pharma heeft werknemer op 15 april 2021 op non-actief gesteld. De kantonrechter heeft op 31 maart 2022 de arbeidsovereenkomst per direct ontbonden wegens ernstig verwijtbaar handelen van werknemer (zie AR 2022-0502). Het gedrag bestond er volgens de kantonrechter uit dat werknemer, nadat hij in twee eerdere waarschuwingen al was gewezen op het belang van strikte naleving van de veiligheidsregels, een collega heeft benaderd om hem op ontoelaatbare wijze te helpen een (voor zijn werk noodzakelijke) training te behalen. Kite Pharma heeft tot 5 mei 2021 ziekengeld (inclusief ploegentoeslag) aan werknemer betaald. In de periode daarna heeft Kite Pharma een deel van de ploegentoeslag niet betaald en bij de eindafrekening reeds betaalde ploegentoeslag verrekend met vakantiegeld, vakantie-uren en door werknemer te betalen proceskosten. Bij beschikking van 4 april 2023 heeft het hof de beslissing van de kantonrechter bekrachtigd (zie AR 2023-0449). Werknemer vordert (na)betaling van ploegentoeslag en een bonus over de periode van op non-actiefstelling.

Oordeel

Ploegentoeslag

De kantonrechter oordeelt als volgt. Kite Pharma heeft niet weersproken dat de ploegentoeslag altijd aan werknemer is uitbetaald, ook tijdens ziekte en verlof. De stelling van Kite Pharma dat deze toeslag alleen werd uitbetaald als daadwerkelijk in ploegen werd gewerkt en het ongemak daarvan werd ondervonden, houdt daarom geen stand. Ook is in de arbeidsovereenkomst overeengekomen dat bij op non-actiefstelling van werknemer het volledige loon wordt betaald. Hieruit volgt niet dat een deel van het loon (de ploegentoeslag) over de periode van op non-actiefstelling niet hoeft te worden betaald als blijkt dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen. Werknemer heeft aldus recht op uitbetaling van de ploegentoeslag over de periode van op non-actiefstelling. Een totaalbedrag aan vakantiegeld en vakantie-uren inclusief ploegentoeslag van € 15.957,96 wordt daarom als uitgangspunt genomen, waarop de proceskosten ad € 1.073 in mindering komen zoals door partijen aan de orde gesteld. De kantonrechter wijst daarom een bedrag van € 14.884,96 bruto toe.

Bonus

Werknemer vordert betaling van een bonus (inclusief ploegentoeslag) over het jaar 2021 en de eerste drie maanden van 2022. Hij stelt dat Kite Pharma structureel en veelal onafhankelijk van zijn functioneren in het verleden een bonus heeft uitgekeerd. Hierdoor is de bonus een vast looncomponent geworden. Werknemer stelt dat hij over 2021 tot zijn op non-actiefstelling naar behoren heeft gefunctioneerd. De kantonrechter overweegt dat niet is gebleken van een structureel en veelal onafhankelijk van het functioneren van werknemer aan hem uitgekeerde bonus. Werknemer heeft over 2019 en 2020 weliswaar een bonus ontvangen, maar de bonus over 2020 is door Kite Pharma naar aanleiding van twee officiële schriftelijke waarschuwingen in 2020 op 60% vastgesteld. Na de laatste officiële waarschuwing in december 2020 is werknemer op 15 april 2021 op non-actief gesteld. Het gedrag dat door Kite Pharma aan de op non-actiefstelling ten grondslag is gelegd, is later door de kantonrechter in het kader van de ontbindingsprocedure als ernstig verwijtbaar handelen van werknemer gekwalificeerd. De stelling van werknemer dat zijn functioneren tijdens de op non-actiefstelling als ‘neutraal’ of ‘voldoende’ zou moeten worden beoordeeld mist een juridische grondslag en is gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ook feitelijk niet te volgen. De vordering ter zake van betaling van een bonus ad € 5.946,31 wordt daarom afgewezen.