Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Dierenkliniek Animalis B.V.
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 28 april 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:8116
Geen rechtsgeldige opzegging. Werkgever dient mee te werken aan de aanmelding van werkneemster bij het pensioenfonds. Werkgever moet billijke vergoeding betalen.

Feiten

Werkneemster is op 1 september 2022 voor bepaalde tijd – namelijk tot 1 april 2023 – in dienst getreden bij Dierenkliniek Animalis B.V. (hierna: Animalis). Werkneemster heeft Animalis voorafgaand aan haar indiensttreding vragen gesteld over de pensioenregeling. Daarbij heeft werkgever aangegeven dat pensioen alleen verplicht is als werkneemster zich aansluit bij BPW. In november 2022 hebben gesprekken tussen partijen plaatsgevonden over de pensioenregeling. Hierbij heeft werkneemster aangegeven dat zij op grond van de Wet verplichte beroepspensioenregeling zelf een verplichting heeft zich aan te melden bij SPD en dat de aansluiting voor Animalis zelf verplicht is op grond van de cao, omdat zij in elk geval tot eind 2022 nog lid is van BPW. Op 8 december 2022 heeft een gesprek plaatsgevonden, waarbij Animalis werkneemster – in het geval zij overgaat tot aanmelding bij SPD – heeft geadviseerd om elders in dienst te treden, omdat in dat geval het vertrouwen in werkneemster ernstig is geschaad dan wel de arbeidsverhouding te zeer is verstoord. In dit gesprek heeft Animalis een einddatum van de arbeidsovereenkomst van 1 januari 2023 genoemd. Werkneemster heeft zich vervolgens ziekgemeld. Bij brief van 9 december 2022 heeft Animalis de arbeidsovereenkomst opgezegd. Werkneemster vordert onder meer betaling van haar loon, pensioenpremie en een billijke vergoeding.

Oordeel

Werkneemster heeft niet met de opzegging ingestemd dus deze is niet rechtsgeldig. De kantonrechter wijst een aanzegvergoeding van € 2.897,25 bruto toe. Werkneemster heeft op 24 maart 2023 een deskundigenoordeel aangevraagd bij het UWV. Het UWV heeft haar vervolgens bij brief van 27 maart 2023 medegedeeld dat het UWV geen deskundigenoordeel kan afgeven, omdat bij de beoordeling van de (on)geschiktheid voor het eigen werk er altijd een primaire beoordeling van de bedrijfsarts moet zijn. Deze beoordeling is er niet. Dit komt voor rekening en risico van Animalis, nu zij immers de ziekmelding van werkneemster op 9 december 2022 niet heeft geaccepteerd en ook geen bedrijfsarts heeft ingeschakeld. Werkneemster heeft onweersproken gesteld dat zij – gedurende haar arbeidsongeschiktheid – conform de toepasselijke cao recht heeft op doorbetaling van 100% van haar loon. Ook heeft werkneemster onweersproken gesteld dat het loon per 1 januari 2023 met 5% is verhoogd vanwege een cao-loonsverhoging. Verder staat vast dat de arbeidsovereenkomst per 1 april 2023 van rechtswege tot een einde is gekomen. De kantonrechter veroordeelt Animalis daarom tot betaling van het loon over de periode van 1 december 2022 tot 1 april 2023. Hoewel Animalis betwist dat zij lid is van BPW, volgt het tegendeel ten aanzien van het jaar 2022 uit haar eigen e-mailbericht waarin zij schrijft dat het lidmaatschap van BPW eindigt per 1 januari 2023. Naar het oordeel van de kantonrechter is Animalis over de periode van september 2022 tot en met december 2022 op grond van de cao dan ook gehouden tot afdracht van 3/5 deel van de pensioenpremie voor werkneemster. In 2023 is Animalis geen lid meer van BPW. Dit neemt evenwel niet weg dat partijen zijn overeengekomen dat werkneemster zal worden opgenomen in de in 2022 nog op te starten pensioenregeling van Animalis en dat Animalis deze afspraak dient na te komen. Animalis heeft ter zitting medegedeeld dat zij het ondernemingspensioen inmiddels heeft geregeld, waarbij zij heeft erkend dat werkneemster hierin niet is opgenomen. Hoewel Animalis in het verweerschrift aanvoert dat zij (in ieder geval) niet gehouden is een aan de SPD gelijkwaardige pensioenvoorziening aan te bieden heeft zij geen gemotiveerd verweer gevoerd tegen de hoogte van het door werkneemster op dit punt gevorderde bedrag. De kantonrechter wijst over de maanden januari tot en met maart 2023 een bedrag toe, gelijk aan 3/5 deel van de door werkneemster aan SPD verschuldigde pensioenpremie. Werkneemster heeft recht op een billijke vergoeding gezien wat is overwogen over het pensioen en de onregelmatige opzegging. Ook heeft Animalis de ziekmelding van werkneemster niet geaccepteerd en geen bedrijfsarts ingeschakeld, hetgeen eveneens ernstig verwijtbaar is. Los daarvan betwist Animalis niet dat zij werkneemster heeft geadviseerd ontslag te nemen en dat zij zich onnodig grievend per WhatsApp over werkneemster heeft uitgelaten. Dat het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van dit ernstig verwijtbaar handelen van Animalis behoeft geen verdere toelichting. De kantonrechter stelt de billijke vergoeding vast op een bedrag van € 5.000.