Naar boven ↑

Rechtspraak

ECT Delta Terminal B.V./werknemer
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 15 februari 2023
ECLI:NL:RBROT:2023:4919
Medewerker havenbedrijf is tijdens werkzaamheden betrokken geweest bij grootschalige invoer van cocaïne op het haventerrein. Ontbinding arbeidsovereenkomst (e-grond), zonder toekenning transitievergoeding.

Feiten

Werknemer is sinds 4 januari 2008 in dienst bij ECT Delta Terminal B.V. (hierna: ECT), een in Rotterdam gevestigde logistieke dienstverlener. ECT beschikt over de bijzondere AEO-status, die haar vrijwaart van bepaalde douaneformaliteiten. Voor het behoud van die status wordt van ECT verwacht dat zij zeer streng optreedt waar het gaat om het bestrijden van drugscriminaliteit. Op 31 mei 2022 heeft de politie werknemer aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de invoer van 1.434 kilo (1436 pakketten) cocaïne tijdens een nachtdienst voor ECT van 2 op 3 maart 2022. Die partij cocaïne bevond zich in een container op het haventerrein van ECT. In de woning van werknemer heeft de politie (onder andere) een bedrag van € 22.965 in contanten aangetroffen, diverse facturen en bonnen van aankopen die contant afgerekend waren met een totale waarde van
€ 23.839, veertig xtc-pillen en twee airsoftwapens. Verder is geconstateerd dat werknemer over een drietal bankrekeningen beschikt en dat daarop aanzienlijke transacties (zowel bij- als afschrijvingen) plaatsvinden die geen betrekking hebben op het salaris van werknemer uit hoofde van zijn arbeidsovereenkomst met ECT. Na de aanhouding is werknemer in voorlopige hechtenis gesteld. Deze is, wegens privéomstandigheden, rond 20 september 2022 geschorst. Werknemer is in mei, juni en augustus 2022 meermaals verhoord door de politie. ECT heeft op 9 augustus 2022 aangifte gedaan tegen werknemer wegens corruptie. ECT verzoekt thans de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden, primair vanwege ernstig verwijtbaar handelen.

Oordeel

De kantonrechter overweegt als volgt. Vooropgesteld wordt dat de omstandigheid dat werknemer (thans nog) niet strafrechtelijk is veroordeeld voor drugssmokkel nog niet betekent dat in de onderhavige civiele procedure in rechte niet vast kan komen te staan dat hij zich daaraan schuldig heeft gemaakt, op grond waarvan de arbeidsovereenkomst tussen partijen (wegens (ernstig) verwijtbaar handelen) kan worden ontbonden. Uit de stukken die ECT van het Openbaar Ministerie heeft verkregen uit het strafrechtelijk procesdossier en in deze procedure heeft overgelegd, blijkt dat bij de drugssmokkel gewerkt is volgens de zogeheten ‘switchmethode’. Daarbij wordt een container met drugs (de broncontainer) door de havenmedewerker in de buurt geplaatst van een container uit een ‘veilig land’, in die zin dat daarbij weinig kans bestaat op controle door de douane. Staan de twee containers eenmaal dicht bij elkaar, dan worden de containers opengeknipt door criminele handlangers (de uithalers) en worden de drugs uit de broncontainer verplaatst naar de reeds vrijgemaakte container uit het ‘veilige land’, welke laatstgenoemde container vervolgens opgehaald en afgeleverd wordt aan de betreffende criminele organisatie. In dit geval waren de uithalers via een zogenoemde Trojaanse container, dat wil zeggen een lege container waarin zij zich heimelijk verstopt hadden, binnengeraakt op de terminal van ECT en is deze container door de havenmedewerker in de buurt geplaatst van de broncontainer, zodat de uithalers de drugs konden verplaatsen naar de container uit het ‘veilige land’, die door de havenmedewerker eveneens was geplaatst in de buurt van de broncontainer. Tussen partijen is niet in geschil dat in de bewuste nachtdienst van werknemer en vanaf zijn werkaccount 48 handelingen hebben plaatsgevonden met betrekking tot en verplaatsing van de drie containers. Uit de door ECT overgelegde gegevens van het account van werknemer blijkt dat er tijdens de bewuste nachtdienst vrijwel geen andere werkzaamheden zijn verricht dan die met betrekking tot de genoemde drie containers. Werknemer heeft dat ook niet betwist. Werknemer heeft in het licht van het voorgaande onvoldoende aangevoerd ter onderbouwing van zijn verweer dat niet hijzelf maar een collega vanaf zijn account de bewuste handelingen heeft verricht. De kantonrechter komt tot de conclusie dat de door ECT aan werknemer verweten gedragingen onvoldoende gemotiveerd door werknemer zijn weersproken en dat dus in deze civiele procedure ervan wordt uitgegaan dat werknemer tijdens zijn werkzaamheden betrokken is geweest bij deze grootschalige invoer van cocaïne op het terrein van ECT. Daarnaast neemt de kantonrechter in ogenschouw dat in de woning van werknemer veertig xtc-pillen zijn aangetroffen. Dit is een aanzienlijke handelshoeveelheid harddrugs. Het voorhanden hebben daarvan is een misdrijf. De kantonrechter acht het gerechtvaardigd dat ECT, gelet op haar bijzondere positie in de Rotterdamse haven en haar AEO-status, op geen enkele wijze geassocieerd wenst te worden met drugs(bezit). De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op de e-grond. Werknemer heeft ernstig verwijtbaar gehandeld, zodat hem geen transitievergoeding toekomt.