Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 30 mei 2023
ECLI:NL:RBMNE:2023:2732
Feiten
De ondernemingsraad is het ingevolge artikel 2 Wet op de Ondernemingsraden (WOR) ingestelde medezeggenschapsorgaan voor de onderneming van Rijkswaterstaat Verkeer- en Watermanagement, zijnde een van de landelijke organisatieonderdelen van Rijkswaterstaat, het uitvoerend agentschap van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. In de onderneming zijn ongeveer 2.000 werknemers werkzaam, waarvan ongeveer 1.500 in een roosterdienst werken. Voor het werken in roosterdienst geldt binnen het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een regeling (de Leidraad) die op decentraal niveau en met instemming van de groepsondernemingsraad (GOR) is vastgesteld. De Leidraad kan door het bestuur van Rijkswaterstaat in overleg met de GOR worden gewijzigd. De Leidraad voorziet onder meer in de planning van maandroosters en reservediensten. Reservediensten worden gebruikt om flexibel om te gaan met de voorkeuren en wensen van werknemers, uitval en incidentele wijzigingen in de benodigde capaciteit. Voor een reservedienst gelden in principe geen andere regels dan voor een normale dienst: het enige verschil met een normale dienst is dat het tijdstip van aanvang en einde van de reservedienst nog niet vaststaat. Het komt voor dat werknemers op twee of meer opeenvolgende reservediensten worden ingepland, maar het is niet toegestaan dat een nachtdienst direct wordt gevolgd door een dagdienst vanwege de rusttijdvoorschriften van de Arbeidstijdenwet. In dergelijke gevallen kan de werknemer verlof opnemen of wordt de reservedienst verplaatst naar een roostervrije dag. Er is een discussie ontstaan tussen de OR en de bestuurder over de mogelijkheid om roosters te wijzigen als er geen "behoefte" is aan een late of nachtdienst na een eerdere reservedienst. De OR verzoekt de kantonrechter – kort gezegd –tot naleving van de Leidraad (op grond van art. 36 lid 2 WOR).
Oordeel
De twee niet-ontvankelijkheidsverweren van Rijkswaterstaat, namelijk dat de ondernemingsraad ingevolge artikel 36 lid 2 WOR niet bevoegd is om de kantonrechter te verzoeken om te bepalen dat de ondernemer gevolg dient te geven aan hetgeen bij of krachtens de WOR is bepaald en dat de Leidraad in het overleg tussen het bestuur en de GOR tot stand is gekomen en alleen op dat hogere niveau kan worden aangepast, slagen niet. De kantonrechter komt vervolgens toe aan het inhoudelijke verweer waarbij het draait om de interpretatie van het artikel van de Leidraad waarin is bepaald onder welke omstandigheden en op welke gronden het belang van de werknemer dat door de door de werkgever verlangde wijziging van het definitieve maandrooster wordt geschaad redelijkerwijs moet wijken voor het dienstbelang. Hierbij is van belang dat steeds moet worden onderzocht of de werkgever in een gewijzigde omstandigheid als goed werkgever aanleiding heeft kunnen vinden tot het doen van een voorstel tot wijziging van een arbeidsvoorwaarde, en of het door hem gedane voorstel redelijk is. De ondernemingsraad maakt dan ook terecht bezwaar tegen de door hem geconstateerde praktijk in de onderneming, waarbij een reservedienst standaard wordt verplaatst wanneer de voorafgaande reservedienst een nachtdienst wordt, er geen behoefte is aan een daaropvolgende late of nachtdienst en de betrokken werknemer die dag geen verlof opneemt. Bij een dergelijke gang van zaken vindt de wijziging plaats zonder goed overleg. De Leidraad schrijft verder voor dat het overleg in het bijzonder gaat over het bedrijfsbelang dat tot de voorgestelde roosterwijziging aanleiding geeft en over de impact die de roosterwijziging heeft op de betrokken werknemer. De kantonrechter concludeert dat het verzoek van de ondernemingsraad ertoe zou leiden dat aan de belangenafweging zoals opgenomen in de Leidraad, geen betekenis meer toekomt. Dat strookt niet met het voorschrift om, in het kader van het goed werkgever- en werknemerschap, alle omstandigheden van het geval te betrekken en daarvan bij de belangenafweging het relatieve, onderlinge gewicht te bepalen. Om deze reden is het verzoek van de ondernemingsraad niet toewijsbaar.