Rechtspraak
Rechtbank Overijssel (Locatie Zwolle), 3 juli 2023
ECLI:NL:RBOVE:2023:2522
Feiten
X is sinds 2001 werkzaam als algemeen directeur van de vereniging Accrete Onderwijs, die later werd omgezet in de stichting Accrete Onderwijs. Hij bekleedt ook de functie van voorzitter van het college van bestuur van Accrete Onderwijs en Accrete Kinderopvang. Hoewel beide organisaties voor onderwijs en kinderopvang afzonderlijke rechtspersonenzijn, functioneren ze praktisch gezien als één geïntegreerde organisatie. Beide stichtingen hebben dezelfde raad van toezicht (hierna: RvT), nu bestaande uit vijf leden. Er is op enig moment een conflict ontstaan tussen X en de RvT over de beloning die X ontvangt van een andere organisatie die bij Accrete is ondergebracht, Stichting Peuterspeelzalen Steenwijkerland (SPS). De RvT heeft op 16 mei 2023 besloten tot schorsing en ontslag van X als statutair bestuurder van beide stichtingen. Het ontslag gaat in op 1 juli 2023. De arbeidsovereenkomst van Accrete Onderwijs met X is opgezegd tegen 1 september 2023. Met Accrete Kinderopvang bestaat geen arbeidsovereenkomst. De schorsing betekent dat hij in de periode vanaf 16 mei 2023 zijn taken niet meer mag uitvoeren. In kort geding vraagt X onder meer om schorsing van de ontslag- en schorsingsbesluiten en wedertewerkstelling. Verder vordert hij de schorsing van een aantal leden van de RvT en een verbod aan de overige leden van de RvT om besluiten te nemen over zijn rechtspositie zolang in de bodemprocedure niet is geoordeeld over de rechtsgeldigheid van de besluiten.
Oordeel
De voorzieningenrechter oordeelt dat de ontslagbesluiten van 16 mei 2023, die gebaseerd zijn op het verschil van inzicht tussen X en de RvT over zijn beloning vanuit Stichting Peuterspeelzalen Steenwijkerland, waarschijnlijk geen stand zullen houden in de bodemprocedure. De RvT heeft niet aangetoond dat Accrete Onderwijs ernstig is geschaad door het conflict tussen X en de RvT zoals haar statuten voor een schorsings- en ontslagbesluit eisen. De geschilpunten tussen partijen hebben geen betrekking op de dagelijkse gang van zaken binnen de organisatie, de voortgang van het onderwijs en de kinderopvang, de financiële positie van Accrete en de aansturing door X van de medewerkers van Accrete. Daaruit volgt dat in dit kort geding met voldoende waarschijnlijkheid kan worden aangenomen dat het ontslagbesluit op grond van artikel 2:14 lid 1 BW nietig is. Daarom worden de ontslagbesluiten geschorst en moet X weer toegelaten worden tot zijn werkzaamheden. Er bestaat geen arbeidsovereenkomst tussen X en Accrete Kinderopvang. De voorzieningenrechter acht het waarschijnlijk dat het ontslag van X als bestuurder van Accrete Kinderopvang ook vernietigd zal worden. Bij wijze van voorlopige voorziening schorst de voorzieningenrechter ook het ontslagbesluit van X als bestuurder van Accrete Kinderopvang. Voorshands mag worden aangenomen dat in de bodemprocedure de toetsing van het ontslagbesluit niet beperkt zal blijven tot de wijze van totstandkoming ervan, maar ook inhoudelijk zal worden getoetst. Het zal erom gaan of het ontslagbesluit vernietigbaar is op grond van artikel 2:15 lid 1 BW in samenhang met artikel 2:8 lid 1 BW. Het conflict tussen X en de RvT vormt geen belemmering voor zijn wedertewerkstelling. De voorzieningenrechter beveelt de RvT om een bericht te verspreiden onder alle medewerkers van Accrete en andere betrokkenen om hen op de hoogte te stellen van de wedertewerkstelling van X. De vordering tot schorsing van drie specifieke leden van de RvT wordt afgewezen omdat zij niet gedagvaard zijn. Verder wordt het verbod om nieuwe besluiten te nemen ten aanzien van X niet opgelegd, omdat dit onpraktisch kan zijn in situaties waarin andere besluiten noodzakelijk of wenselijk zijn.