Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 27 juni 2023
ECLI:NL:GHDHA:2023:1168
Feiten
Werknemer is met ingang van 7 november 2017 in dienst getreden van werkgeefster. Uit hoofde van zijn functie fungeerde werknemer als ‘tweede man’ binnen het bedrijf van werkgeefster. Op de dagen dat werkgeefster zelf niet aanwezig was, droeg werknemer zorg voor het opmaken van de kas aan het einde van de dag. Het kassasysteem van werkgeefster werkt met minbonnen. Een medewerker kan gebruikmaken van minbonnen als hij/zij – kort gezegd – een foutieve aanslag doet tijdens het helpen van klanten en dit ontdekt als de desbetreffende bon al is afgesloten, of wanneer er een korting wordt verleend op eigen boodschappen van een medewerker. Vast staat dat werknemer in de periode 2019 tot medio 2021 voor een aanzienlijk bedrag minbonnen op de kassa heeft aangeslagen. Het hof heeft in de tussenbeschikking geoordeeld dat werkgeefster voorshands geslaagd is in het bewijs dat werknemer de geldelijke tegenwaarde van de minbonnen heeft weggenomen. Verder heeft het hof beslist dat werknemer zal worden toegelaten tot het leveren van tegenbewijs. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om zich bij akte nader uit te laten over deze bewijslevering. In de tweede plaats moet worden vastgesteld of werknemer, zoals hij stelt, aanspraak heeft op betaling van achterstallig salaris. Het hof heeft in het tussenarrest werknemer in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren van zijn stelling dat hij iedere ochtend om ongeveer 7 uur moest beginnen en dat hij nooit gebruik mocht maken van de (overeengekomen) koffiepauze.
Oordeel
Bewijslevering minbonnen
Werknemer heeft te kennen gegeven dat hij het tegenbewijs op een aantal wijzen wil leveren, namelijk het laten horen van getuigen, een analyse van de camerabeelden en door middel van de financiële administratie van werkgeefster. Daarnaast wil werknemer bewijs leveren door middel van zijn functioneringsverslagen. Het hof zal werknemer toelaten tot het leveren van getuigenbewijs door middel van het horen van de door hem genoemde getuigen. Het hof zal na afloop van de getuigenverhoren beslissen in hoeverre er een noodzaak is om de financiële administratie van werkgeefster door te lichten op de wijze die werknemer heeft voorgesteld. Het valt niet bij voorbaat uit te sluiten dat op basis van de financiële administratie kan worden vastgesteld of er bij de slagerij al dan niet een zwartgeldcircuit bestond dat mede in stand werd gehouden door minbonnen aan te slaan die niet in de financiële administratie werden verwerkt. Een dergelijke omstandigheid zou relevant kunnen zijn in het kader van het door werknemer te leveren tegenbewijs. Wanneer het hof zou overgaan tot een onderzoek van de financiële administratie, ligt het voor de hand dat hiervoor een onafhankelijke deskundige wordt benoemd. Het hof zal aan het eind van de getuigenverhoren met partijen de mogelijkheid van het benoemen van een deskundige bespreken.
Achterstallig loon
Wanneer werknemer dit bewijs levert, staat vast dat hij iedere dag 45 minuten langer werkte dan overeengekomen zonder dat daar loon tegenover stond. Werknemer heeft te kennen gegeven dat hij bewijs wil leveren door middel van getuigen. Verder wil werknemer door middel van camerabeelden aantonen dat hij bijna elke gewerkte dag om 7 uur aanwezig was en geen koffiepauze hield. Het hof zal werknemer toelaten tot het horen van getuigen. Ter zake van de bewijslevering door middel van camerabeelden zal het hof de beslissing aanhouden. Na afloop van de getuigenverhoren zal het hof met partijen bespreken in hoeverre het overleggen en analyseren van de camerabeelden (niettemin) kan bijdragen aan de bewijslevering.